Tandnummering: welk nummer heeft elke tand of kies?
Zoek tandnummer 11, 16, 21, 36 of 48 op in de FDI-tandnummering. Bekijk het volwassen gebit, melkgebit en elementnummers op uw rekening.
Direct opzoeken
Welk element is tandnummer 11, 36 of 48?
Vul de twee cijfers van uw begroting, rekening of behandelplan in. De kaart kijkt vanuit de patiënt: links op de kaart is uw rechterkant.
Geldig: 11–18, 21–28, 31–38, 41–48 en voor melktanden 51–55, 61–65, 71–75, 81–85.
Element 36 is de eerste grote kies linksonder in het blijvende gebit.
Blijvend gebit
32 posities; verstandskiezen zijn de nummers die op 8 eindigen.
Melkgebit
20 posities; ieder kwadrant loopt van 1 tot en met 5.
Een elementnummer noemt alleen de plaats. Het is geen diagnose en ook geen behandelcode. Controleer de prestatiecode, het vlak en de uitleg daarom afzonderlijk.
Het korte antwoord
Nederlandse tandartsen gebruiken meestal een tweecijferig elementnummer. Het eerste cijfer noemt het kwadrant van de mond; het tweede cijfer telt vanaf de middenlijn naar achteren. In het blijvende gebit lopen de kwadranten van 1 tot en met 4 en de posities van 1 tot en met 8. In het melkgebit zijn de kwadranten 5 tot en met 8 en bestaan per kwadrant vijf posities.
Daarom is 36 niet ‘tand zesendertig’. De tandarts spreekt de cijfers vaak apart uit als ‘drie-zes’: kwadrant 3 is linksonder en positie 6 is de eerste grote kies. Element 36 is dus de eerste grote kies linksonder, gezien vanuit de patiënt.
| Nummer | Betekenis | Veelgebruikte naam |
|---|---|---|
| 11 | rechtsboven, positie 1 | middelste voortand |
| 16 | rechtsboven, positie 6 | eerste grote kies |
| 21 | linksboven, positie 1 | middelste voortand |
| 26 | linksboven, positie 6 | eerste grote kies |
| 36 | linksonder, positie 6 | eerste grote kies |
| 46 | rechtsonder, positie 6 | eerste grote kies |
| 18, 28, 38, 48 | positie 8 in ieder blijvend kwadrant | verstandskiezen |
| 51, 61, 71, 81 | positie 1 in ieder melkgebitkwadrant | middelste melksnijtanden |
Advertentie
Zo ontcijfert u ieder tandnummer in twee stappen
Lees eerst het eerste cijfer en daarna het tweede. Draai de volgorde niet om. Bij element 24 betekent de 2 ‘linksboven’ en de 4 ‘eerste kleine kies’. Bij element 42 betekent de 4 ‘rechtsonder’ en de 2 ‘zijdelingse snijtand’.
Stap 1: bepaal het kwadrant
| Eerste cijfer | Gebit | Plaats vanuit de patiënt |
|---|---|---|
| 1 | blijvend | rechtsboven |
| 2 | blijvend | linksboven |
| 3 | blijvend | linksonder |
| 4 | blijvend | rechtsonder |
| 5 | melkgebit | rechtsboven |
| 6 | melkgebit | linksboven |
| 7 | melkgebit | linksonder |
| 8 | melkgebit | rechtsonder |
Stap 2: tel vanaf het midden naar achteren
| Tweede cijfer | Blijvend gebit | Melkgebit |
|---|---|---|
| 1 | middelste snijtand | middelste melksnijtand |
| 2 | zijdelingse snijtand | zijdelingse melksnijtand |
| 3 | hoektand | melkhoektand |
| 4 | eerste kleine kies | eerste melkkies |
| 5 | tweede kleine kies | tweede melkkies |
| 6 | eerste grote kies | bestaat niet als melkpositie |
| 7 | tweede grote kies | bestaat niet als melkpositie |
| 8 | verstandskies | bestaat niet als melkpositie |
Volledige tandnummering van het blijvende gebit
De onderstaande tabel bevat alle 32 mogelijke posities. Niet iedereen heeft daadwerkelijk 32 tanden en kiezen. Verstandskiezen kunnen niet zijn aangelegd, niet zijn doorgebroken of eerder zijn verwijderd. Andere tanden kunnen ontbreken, getrokken of vervangen zijn. Het elementnummer blijft bruikbaar om de plaats in de tandboog te benoemen.
| Element | Plaats en tandtype | Element | Plaats en tandtype |
|---|---|---|---|
| 11 | rechtsboven middelste snijtand | 21 | linksboven middelste snijtand |
| 12 | rechtsboven zijdelingse snijtand | 22 | linksboven zijdelingse snijtand |
| 13 | rechtsboven hoektand | 23 | linksboven hoektand |
| 14 | rechtsboven eerste kleine kies | 24 | linksboven eerste kleine kies |
| 15 | rechtsboven tweede kleine kies | 25 | linksboven tweede kleine kies |
| 16 | rechtsboven eerste grote kies | 26 | linksboven eerste grote kies |
| 17 | rechtsboven tweede grote kies | 27 | linksboven tweede grote kies |
| 18 | rechtsboven verstandskies | 28 | linksboven verstandskies |
| 41 | rechtsonder middelste snijtand | 31 | linksonder middelste snijtand |
| 42 | rechtsonder zijdelingse snijtand | 32 | linksonder zijdelingse snijtand |
| 43 | rechtsonder hoektand | 33 | linksonder hoektand |
| 44 | rechtsonder eerste kleine kies | 34 | linksonder eerste kleine kies |
| 45 | rechtsonder tweede kleine kies | 35 | linksonder tweede kleine kies |
| 46 | rechtsonder eerste grote kies | 36 | linksonder eerste grote kies |
| 47 | rechtsonder tweede grote kies | 37 | linksonder tweede grote kies |
| 48 | rechtsonder verstandskies | 38 | linksonder verstandskies |
Volledige tandnummering van het melkgebit
Een compleet melkgebit heeft twintig posities: vijf per kwadrant. Er zijn melksnijtanden, melkhoektanden en melkkiezen, maar geen premolaren of verstandskiezen. De eerste cijfers 5 tot en met 8 voorkomen dat een melktand en een blijvende tand op dezelfde plek hetzelfde nummer krijgen.
| Element | Plaats en tandtype | Element | Plaats en tandtype |
|---|---|---|---|
| 51 | rechtsboven middelste melksnijtand | 61 | linksboven middelste melksnijtand |
| 52 | rechtsboven zijdelingse melksnijtand | 62 | linksboven zijdelingse melksnijtand |
| 53 | rechtsboven melkhoektand | 63 | linksboven melkhoektand |
| 54 | rechtsboven eerste melkkies | 64 | linksboven eerste melkkies |
| 55 | rechtsboven tweede melkkies | 65 | linksboven tweede melkkies |
| 81 | rechtsonder middelste melksnijtand | 71 | linksonder middelste melksnijtand |
| 82 | rechtsonder zijdelingse melksnijtand | 72 | linksonder zijdelingse melksnijtand |
| 83 | rechtsonder melkhoektand | 73 | linksonder melkhoektand |
| 84 | rechtsonder eerste melkkies | 74 | linksonder eerste melkkies |
| 85 | rechtsonder tweede melkkies | 75 | linksonder tweede melkkies |
Waarom lijken links en rechts omgedraaid op een gebitskaart?
Een tandheelkundig schema wordt vaak getoond alsof de patiënt tegenover u staat met de mond open. De rechterkant van de patiënt verschijnt dan links op het scherm of papier. Dit is dezelfde spiegeling die u ziet wanneer iemand tegenover u zijn rechterhand opsteekt.
Gebruik daarom niet uw eigen kijkrichting om een nummer te gokken. Lees het kwadrant vanuit de patiënt:
- 1 en 4 zijn aan de rechterkant van de patiënt;
- 2 en 3 zijn aan de linkerkant van de patiënt;
- 1 en 2 liggen boven;
- 3 en 4 liggen onder.
Elementnummer, prestatiecode en tandvlak zijn drie verschillende dingen
Op één factuurregel kunnen meerdere soorten aanduidingen staan. Houd ze apart:
| Onderdeel | Voorbeeld | Wat het antwoordt |
|---|---|---|
| Elementnummer | 36 | welke tand, kies of positie? |
| Prestatiecode | V92 | welke gedeclareerde prestatie? |
| Vlak | O, M, D of combinatie | welk oppervlak is behandeld? |
| Datum | 17-08-2026 | wanneer uitgevoerd? |
| Aantal/tijd | 1 of minuten | welke eenheid is gebruikt? |
| Tarief | bedrag | welk honorarium is gerekend? |
| Materiaal/techniek | aparte regel of specificatie | welke toerekenbare kosten horen erbij? |
Gebruik de gids voor tandartscodes en rekeningen om prestatiecode, tarief, aantal en materiaalregels verder te controleren. Voor een vulling vergelijkt u ook de actuele vullingskosten; voor een kroon de kroonkosten.
Wat betekenen tandnummers bij een vulling?
Een vulling wordt niet alleen door de tand bepaald. Ook het behandelde vlak of de combinatie van vlakken, materiaal, eventuele verdoving en andere werkelijk uitgevoerde zorg kunnen relevant zijn. ‘Vulling op 36’ zegt dus waar de restauratie zit, maar nog niet hoe groot zij is of welke V-code past.
Vraag bij een begroting of factuur:
- welk element wordt behandeld;
- welk vlak of welke vlakken zijn betrokken;
- welke diagnose en reden zijn vastgelegd;
- welke prestatiecode en eenheid worden gebruikt;
- wat inbegrepen is en wat apart wordt berekend;
- of het plan veranderde tijdens de behandeling;
- hoe de eindfactuur aansluit op de geaccepteerde begroting.
Wat betekenen tandnummers bij een wortelkanaalbehandeling?
Het elementnummer lokaliseert de tand; een E-code beschrijft de prestatie. Het tweede cijfer geeft het tandtype aan, maar voorspelt niet met zekerheid hoeveel wortelkanalen bij één persoon aanwezig of behandelbaar zijn. Anatomie varieert en professionele diagnostiek blijft nodig.
Een verwijzing of begroting kan bijvoorbeeld element, diagnose, eerdere behandeling, herstelbaarheid en een inschatting van complexiteit noemen. Controleer niet alleen ‘36’, maar ook of het vervolg boven de tand — opbouw, vulling of kroon — afzonderlijk is besproken. Bekijk daarvoor de wortelkanaalbehandeling, de kosten daarvan en zo nodig de keuze tussen endodontoloog en tandarts.
Welke nummers hebben verstandskiezen?
Verstandskiezen eindigen in het blijvende gebit altijd op 8:
- 18: rechtsboven;
- 28: linksboven;
- 38: linksonder;
- 48: rechtsonder.
Hoeveel tanden heeft een mens: 28 of 32?
Een volledig blijvend gebit heeft 32 mogelijke posities als alle vier verstandskiezen worden meegeteld. Zonder die vier posities zijn het er 28. Veel mensen hebben niet precies 32 aanwezige tanden, bijvoorbeeld doordat verstandskiezen niet zijn aangelegd of zijn verwijderd. Het FDI-schema blijft toch 32 mogelijke blijvende elementposities tonen.
Een compleet melkgebit telt twintig tanden en kiezen. Tijdens het wisselen kan het aantal aanwezige elementen tijdelijk anders lijken, omdat blijvende kiezen achter het melkgebit doorbreken terwijl nog niet alle melktanden zijn uitgevallen. Een telling thuis vertelt niet zelfstandig of de ontwikkeling normaal verloopt.
Neem contact op met de tandarts wanneer een kind bijna acht jaar is en nog niet wisselt, wanneer links en rechts opvallend lang uiteenlopen, wanneer een blijvende tand voor of achter een nog vaste melktand verschijnt of wanneer pijn langer aanhoudt. Het Ivoren Kruis noemt deze situaties in de patiëntenfolder over wisselen.
Kan een implantaat of ontbrekende tand een elementnummer hebben?
Een elementnummer kan ook als positieaanduiding worden gebruikt wanneer de oorspronkelijke tand ontbreekt. Een behandelplan kan dan bijvoorbeeld spreken over de regio van element 36. Dat betekent niet dat daar nog een natuurlijke tand staat. Lees daarom de woorden rondom het nummer: aanwezig, ontbrekend, te verwijderen, implantaatpositie, dummy, pijler of pontic kunnen verschillende situaties beschrijven.
Bij een brug moet duidelijk zijn welke natuurlijke tanden of implantaten pijlers zijn en welke ontbrekende positie door een dummy wordt vervangen. Bij implantologie horen chirurgie, implantaatonderdeel en kroon evenmin automatisch in één code. Vraag om een tekening of elementlijst en vergelijk zo nodig implantaat of brug, de implantaatkosten en kroon of vulling.
Wanneer klopt een nummer mogelijk niet?
Een verschil tussen uw herinnering en de factuur is niet automatisch een fout. Pijn kan worden gevoeld op een andere plek dan de bron, links en rechts kunnen in een schema gespiegeld lijken en een behandelplan kan een ontbrekende positie benoemen. Toch hoort de administratie navolgbaar te zijn.
Controleer in deze volgorde:
- lees het eerste en tweede cijfer afzonderlijk;
- bepaal links/rechts vanuit uzelf als patiënt;
- controleer of het om melk- of blijvend gebit gaat;
- kijk of het nummer een aanwezige tand of een positie aanduidt;
- vergelijk behandelplan, begroting en factuur;
- vraag de praktijk tand en vlak op een schema aan te wijzen;
- vraag om correctie wanneer dossier en declaratie aantoonbaar niet overeenkomen.
Snelle decoder voor de meest gezochte elementnummers
| Nummer | Volledige naam | Nummer | Volledige naam |
|---|---|---|---|
| 11 | middelste snijtand rechtsboven | 21 | middelste snijtand linksboven |
| 12 | zijdelingse snijtand rechtsboven | 22 | zijdelingse snijtand linksboven |
| 13 | hoektand rechtsboven | 23 | hoektand linksboven |
| 14 | eerste kleine kies rechtsboven | 24 | eerste kleine kies linksboven |
| 15 | tweede kleine kies rechtsboven | 25 | tweede kleine kies linksboven |
| 16 | eerste grote kies rechtsboven | 26 | eerste grote kies linksboven |
| 17 | tweede grote kies rechtsboven | 27 | tweede grote kies linksboven |
| 18 | verstandskies rechtsboven | 28 | verstandskies linksboven |
| 31 | middelste snijtand linksonder | 41 | middelste snijtand rechtsonder |
| 32 | zijdelingse snijtand linksonder | 42 | zijdelingse snijtand rechtsonder |
| 33 | hoektand linksonder | 43 | hoektand rechtsonder |
| 34 | eerste kleine kies linksonder | 44 | eerste kleine kies rechtsonder |
| 35 | tweede kleine kies linksonder | 45 | tweede kleine kies rechtsonder |
| 36 | eerste grote kies linksonder | 46 | eerste grote kies rechtsonder |
| 37 | tweede grote kies linksonder | 47 | tweede grote kies rechtsonder |
| 38 | verstandskies linksonder | 48 | verstandskies rechtsonder |
Elementen op een rekening stap voor stap controleren
Maak een klein controleregister wanneer meerdere tanden worden behandeld. Zet iedere factuurregel op een aparte rij en voorkom dat één totaalbedrag de onderliggende verschillen verbergt.
| Datum | Prestatiecode | Element | Vlak/eenheid | Begroot | Gefactureerd | Vraag |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ... | ... | ... | ... | ... | ... | ... |
- staat hetzelfde element op behandelplan, begroting en factuur;
- is het element aanwezig, ontbrekend of alleen als positie genoemd;
- past het vlak of de eenheid bij de uitleg;
- is een prestatie terecht per element, per vlak, per kaak, per zitting of per tijdseenheid gerekend;
- zijn materiaal- en techniekkosten herleidbaar;
- is een planwijziging voor zover mogelijk vooraf besproken;
- heeft de verzekeraar dezelfde definitieve factuur beoordeeld.
Voorbeelden: lees de regel, niet alleen het nummer
Voorbeeld 1: element 36 met V-code
Element 36 lokaliseert de eerste grote kies linksonder. De V-code beschrijft de vullingsprestatie. Het elementnummer alleen vertelt niet hoeveel vlakken zijn gevuld, welk materiaal is gebruikt of of verdoving en röntgenonderzoek zijn uitgevoerd. Vraag daarom naar de volledige specificatie.
Advertentie
Voorbeeld 2: element 24 met R24
Element 24 is de eerste kleine kies linksboven. R24 is een prestatiecode voor een kroon en moet niet worden gelezen als een tweede tandnummer. Een kroonbegroting kan naast honorarium ook opbouw, stift, tijdelijk werk, materiaal of techniek bevatten wanneer die daadwerkelijk nodig zijn.
Voorbeeld 3: element 48 op een verwijsbrief
Element 48 is de verstandskies rechtsonder. De verwijzing kan beoordeling of verwijdering vragen, maar het nummer bewijst niet dat een kaakchirurg nodig is. Ligging, complexiteit, medische context en verzekerde route bepalen wie de behandeling uitvoert.
Voorbeeld 4: element 61 bij een kind
Element 61 is de middelste melksnijtand linksboven. Het eerste cijfer 6 geeft hier het melkgebitkwadrant aan; bij een volwassene is element 61 geen geldig blijvend elementnummer. Controleer altijd leeftijd en gebitsfase.
Voorbeeld 5: ‘regio 46’ bij een ontbrekende kies
De tekst kan de positie van de oorspronkelijke eerste grote kies rechtsonder bedoelen. Vraag of het plan een natuurlijke tand, lege ruimte, implantaat, brugdummy of prothesetand beschrijft. De positie en het behandelde object zijn niet hetzelfde.
Veelgemaakte leesfouten
- 36 lezen als zesendertig in plaats van drie-zes.
- Links en rechts vanuit de behandelaar bekijken in plaats van vanuit de patiënt.
- Een prestatiecode zoals R24 aanzien voor element 24.
- Denken dat ieder nummer op 8 een tandnummer is zonder naar de context te kijken.
- Aannemen dat alle 32 posities daadwerkelijk tanden bevatten.
- Melkelement 64 verwarren met blijvend element 24 of 26.
- Uit het tandtype automatisch het aantal wortels of kanalen afleiden.
- Denken dat één elementnummer de omvang van een vulling of kroon verklaart.
- Een ontbrekend elementnummer direct als declaratiefout bestempelen terwijl de prestatie niet elementspecifiek is.
- Zelf een factuur aanpassen in plaats van een gecorrigeerd document te vragen.
- Een kaart gebruiken om pijn zelf te diagnosticeren.
Wat u telefonisch aan de praktijk kunt zeggen
Gebruik een neutrale beschrijving wanneer u het nummer nog niet zeker weet:
‘Op mijn [begroting/rekening/verwijsbrief] staat element [nummer] bij code [code]. Volgens de tandnummering is dat mijn [plaats]. Kunt u bevestigen welke tand of positie u bedoelt, welk vlak of onderdeel is behandeld en hoe deze regel aansluit op mijn dossier?’
Bij een klacht voegt u toe:
‘Ik voel sinds [datum] [soort klacht] aan mijn [linker/rechter] [boven/onder]kant. Er is [wel/geen] zwelling, koorts, pus, trauma of slaapverstoring. Ik gebruik het elementnummer alleen om de plaats te beschrijven; kunt u bepalen welk type afspraak nodig is?’
Pijn lokaliseren met een kaart vervangt geen triage. Bel dezelfde dag bij toenemende zwelling, pus, koorts met mondklachten, spontane hevige pijn of snel verslechteren. Ademproblemen, ernstige slikproblemen of een ernstig zieke indruk vragen acute medische hulp; bij levensgevaar belt u 112.
Een tandnummer is geen diagnose
Dezelfde kies kan cariës, een scheur, slijtage, een restauratieprobleem, tandvleesklachten, pulpaproblemen of helemaal geen afwijking hebben. Het nummer maakt communicatie precies, maar bewijst geen oorzaak. De tandarts combineert klachten, mondonderzoek en alleen wanneer geïndiceerd aanvullende diagnostiek.
Gebruik daarom de passende vervolggids:
- bij een zichtbare plek: gaatje herkennen;
- bij tand- of kiespijn: tandpijnroute;
- bij een scheur of afgebroken deel: scheur in tand of kies;
- bij een losse vulling of kroon: restauratie los;
- bij een kostbaar onomkeerbaar plan: second opinion;
- bij onduidelijke kosten: tandartscodes controleren.
Hoe u een behandelplan met meerdere elementen leesbaar maakt
Vraag om één regel per probleem of behandelonderdeel, met element en zo nodig vlak. Laat fasen en afhankelijkheden zichtbaar maken. Een voorbeeldstructuur is:
- Diagnostiek: welke vraag wordt onderzocht en op welke elementen?
- Ziektecontrole: welke actieve problemen worden eerst aangepakt?
- Voorlopige zorg: wat beschermt of stabiliseert tijdelijk?
- Definitief herstel: welke restauratie hoort per element bij welk scenario?
- Alternatief: wat gebeurt bij volgen, repareren, trekken of niet vervangen?
- Evaluatie: welk criterium bepaalt of de volgende fase doorgaat?
- Kosten: welke codes, aantallen, techniek en verzekeringsvoorwaarden horen per fase?
Feit of misvatting?
| Uitspraak | Beoordeling |
|---|---|
| ‘36 is de zesendertigste tand’ | Onjuist; 3 is het kwadrant en 6 de positie |
| ‘Links op de kaart is mijn linkerkant’ | Vaak onjuist; veel kaarten tonen de patiënt van voren |
| ‘Iedere volwassene heeft 32 tanden’ | Onjuist; 32 zijn mogelijke posities inclusief verstandskiezen |
| ‘Een melkgebit gebruikt dezelfde kwadranten’ | Onjuist; daarvoor zijn 5 tot en met 8 gereserveerd |
| ‘R24 betekent tand 24’ | Onjuist; R24 is een prestatiecode en 24 kan daarnaast een element zijn |
| ‘Element 48 moet altijd worden getrokken’ | Onjuist; het nummer zegt alleen welke verstandskies wordt bedoeld |
| ‘Een implantaatpositie kan met een elementnummer worden beschreven’ | Juist als locatieaanduiding; lees of de natuurlijke tand aanwezig is |
| ‘Het elementnummer verklaart de hele prijs’ | Onjuist; code, eenheid, vlak, materiaal en andere zorg tellen mee |
Checklist vóór u akkoord geeft
- Kan ik ieder elementnummer op de kaart aanwijzen?
- Is duidelijk of het om een aanwezige tand, ontbrekende positie of implantaat gaat?
- Staat de diagnose per element in begrijpelijke taal?
- Zijn prestatiecode en elementnummer niet door elkaar gehaald?
- Is het relevante vlak, de kaak, zitting of tijdseenheid vermeld?
- Zijn alternatieven en gevolgen van uitstellen besproken?
- Sluit de begroting aan op de fasen van het plan?
- Is afgesproken wat gebeurt wanneer tijdens behandeling iets verandert?
- Zijn materiaal- en techniekkosten gespecificeerd?
- Weet ik welke versie naar de verzekeraar gaat?
Praktische eindregel
Lees een FDI-nummer altijd als twee losse aanwijzingen: kwadrant plus positie. Gebruik het nummer om precies te communiceren, maar beoordeel een rekening of behandelkeuze pas met de prestatiecode, het vlak, de diagnose, de begroting en de professionele uitleg erbij. Zo wordt de tandnummering een controlehulpmiddel in plaats van een bron van schijnzekerheid.
Veelgestelde vragen
Welke tand is nummer 36?
Element 36 is de eerste grote kies linksonder, gezien vanuit de patiënt. Het eerste cijfer 3 staat voor het blijvende kwadrant linksonder; het tweede cijfer 6 is de eerste grote kies vanaf de middenlijn.
Welke tand is nummer 46?
Element 46 is de eerste grote kies rechtsonder vanuit de patiënt. Het tandtype is symmetrisch aan element 36. De nummering noemt alleen de plaats en zegt zonder diagnose niets over de noodzakelijke behandeling.
Welke tand is nummer 11?
Element 11 is de middelste snijtand rechtsboven vanuit de patiënt. De tegenoverliggende middelste bovensnijtand is 21. Op een gebitskaart kan patiëntrechts links op het scherm staan omdat de patiënt van voren wordt getoond.
Welke tand is nummer 21?
Element 21 is de middelste snijtand linksboven vanuit de patiënt. Het eerste cijfer 2 geeft het kwadrant linksboven aan; de 1 betekent de eerste tand vanaf de middenlijn.
Welke nummers hebben verstandskiezen?
De vier mogelijke verstandskiesposities zijn 18 rechtsboven, 28 linksboven, 38 linksonder en 48 rechtsonder. Niet iedereen heeft alle vier verstandskiezen; het nummer kan ook een niet-doorgebroken of ontbrekende positie aanduiden.
Hoe werkt de FDI-tandnummering?
Het eerste cijfer geeft het kwadrant en de gebitsfase aan; het tweede cijfer telt vanaf het midden naar achteren. Blijvende kwadranten zijn 1 tot en met 4, melkgebitkwadranten 5 tot en met 8. Het [schema voor tanden wisselen](/blog/tanden-wisselen-schema-leeftijd-kind) koppelt die twee gebitsfasen aan leeftijd, opvolgers en blijvende kiezen die niets vervangen.
Waarom spreekt de tandarts 36 uit als drie-zes?
Omdat beide cijfers een afzonderlijke betekenis hebben: 3 is het kwadrant linksonder en 6 de positie van de eerste grote kies. Los uitspreken voorkomt dat het nummer wordt gezien als een volgnummer van één tot 32.
Waarom zijn links en rechts omgekeerd op een gebitskaart?
Veel gebitskaarten tonen de patiënt alsof die tegenover u staat. De rechterkant van de patiënt staat dan links op papier of scherm. De FDI-aanduiding zelf blijft altijd vanuit de patiënt gelezen.
Hoeveel tanden heeft een volwassen mens?
Een volledig blijvend schema heeft 32 mogelijke posities inclusief vier verstandskiezen, of 28 zonder die posities. Het werkelijke aantal verschilt doordat tanden niet zijn aangelegd, niet zijn doorgebroken, verwijderd of vervangen kunnen zijn.
Hoeveel tanden heeft een melkgebit?
Een compleet melkgebit telt twintig tanden en kiezen: vijf per kwadrant. De kwadranten zijn 5 tot en met 8 en de posities 1 tot en met 5; melktanden hebben geen premolaren of verstandskiezen.
Wat is het verschil tussen een elementnummer en tandartscode?
Een elementnummer zoals 36 noemt de locatie. Een prestatiecode zoals V92, R24 of E13 beschrijft gedeclareerde zorg. Beide kunnen op één regel staan en moeten samen met vlak, eenheid, datum en tarief worden gelezen.
Moet op iedere tandartsrekening een elementnummer staan?
Niet iedere prestatie hoort bij één afzonderlijke tand. De NZa heeft een lijst met prestaties waarbij elementnummer, kaak of vlak moet worden vermeld. Controleer daarom eerst de prestatiecode en de voorgeschreven eenheid.
Wat betekent elementnummer bij een ontbrekende tand?
Het nummer kan de positie van de oorspronkelijke tand blijven aanduiden, bijvoorbeeld regio 36. Lees of het plan een lege ruimte, natuurlijke tand, implantaat, brugdummy of prothesetand bedoelt; de positie is niet hetzelfde als het behandelde object.
Kan ik met een tandnummer zelf de oorzaak van pijn bepalen?
Nee. Het nummer helpt alleen de plaats beschrijven. Dezelfde locatie kan klachten geven door cariës, een scheur, restauratie, tandvlees, zenuw of uitstralende pijn. Professioneel onderzoek bepaalt de oorzaak en urgentie.
Wat doe ik als het elementnummer op mijn factuur niet klopt?
Vergelijk behandelplan, begroting en factuur en laat de praktijk tand en vlak op een schema aanwijzen. Vraag bij een aantoonbare afwijking om schriftelijke uitleg of een gecorrigeerde factuur; wijzig het document niet zelf.
Welke nummers hebben melktanden?
Rechtsboven zijn dat 51 tot en met 55, linksboven 61 tot en met 65, linksonder 71 tot en met 75 en rechtsonder 81 tot en met 85. Het tweede cijfer telt steeds vanaf de middenlijn.
Bronnen & Referenties
Dit artikel is gebaseerd op onafhankelijk geverifieerde bronnen. Wij accepteren geen betaling voor vermeldingen.
- KNMT / Alles over het gebit — Elementen en elementnummers— allesoverhetgebit.nl
- ISO — ISO 3950:2016 Dentistry: designation system for teeth and areas of the oral cavity— iso.org
- NZa — Regeling mondzorg 2026— puc.overheid.nl
- NZa — Prestatie- en tariefbeschikking tandheelkundige zorg 2026— puc.overheid.nl
- KNMT — Tarievenboekje en lijst met prestaties waarbij het elementnummer wordt vermeld— knmt.nl
- Ivoren Kruis — Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit— ivorenkruis.org
- Ivoren Kruis — Melkgebit— ivorenkruis.org
- NHS inform — Everything you need to know about teeth— nhsinform.scot
Zoek een passende praktijk in uw buurt
Vergelijk praktijkgegevens en vraag rechtstreeks of de praktijk de gewenste behandeling aanbiedt, nieuwe patiënten aanneemt en vooraf een begroting kan geven.
Redactie VindTandarts
BrongebaseerdRedactie van VindTandarts.nl
De redactie verzamelt en vergelijkt openbare informatie uit actuele overheids-, beroeps- en zorgbronnen. De inhoud is algemene uitleg, geen klinische beoordeling of persoonlijk medisch advies.
Gerelateerde artikelen
Overstappen van tandarts: dossier, kosten en stappen
Overstappen naar een andere tandarts? Regel eerst inschrijving, lopende zorg, dossieroverdracht, röntgenfoto's en intakekosten in de juiste volgorde.
Lachgas of narcose bij de tandarts: wat is het verschil?
Vergelijk lachgas, lichte of diepe sedatie en narcose bij de tandarts: bewustzijn, pijnstilling, risico’s, bewaking, nuchter zijn, vervoer en kosten.
Tandarts of mondhygiënist: wie heb je wanneer nodig?
Tandarts of mondhygiënist? Kies per klacht, vergelijk taken en kosten, begrijp bevoegdheden en vind de juiste zorgverlener voor controle of tandvlees.