Kosten & Tarieven

Kosten plaat- of frameprothese 2026/2027

Redactioneel bijgewerkt|Door Redactie VindTandarts|
57 min leestijd·Over onze redactie

Wat kost een gedeeltelijke gebitsprothese in 2026?

Een gedeeltelijke plaatprothese van kunsthars heeft in 2026 een NZa-honorarium van maximaal €112,53 voor één tot vier te vervangen elementen (P001) of €225,05 voor vijf tot dertien elementen (P002), per kaak. Een frameprothese kost maximaal €307,57 voor één tot vier elementen (P003) of €420,10 voor vijf tot dertien elementen (P004), eveneens per kaak.

CodeNieuwe gedeeltelijke protheseMaximum 2026Eenheid
P001*Kunsthars plaatprothese, 1-4 elementen€112,53per kaak
P002*Kunsthars plaatprothese, 5-13 elementen€225,05per kaak
P003*Frameprothese, 1-4 elementen€307,57per kaak
P004*Frameprothese, 5-13 elementen€420,10per kaak
Deze bedragen zijn honorariummaxima, geen totaalprijzen. De stercodes laten specifiek toerekenbare materiaal- en tandtechniekkosten afzonderlijk toe. Toeslagen, voorbehandeling en reparatie hebben alleen een plaats wanneer de officiële prestatie en uitgevoerde zorg passen.

Elementtelling en kaaktelling

De hoofdcode wordt gekozen op basis van het aantal tanden of kiezen dat de voorziening in één kaak vervangt. Een prothese met vier kunsttanden valt in de 1-4-categorie; bij vijf begint de 5-13-categorie. Het aantal nog aanwezige tanden is niet de tariefeenheid. Ook het aantal ankertjes bepaalt niet of P001 of P002 geldt.

Advertentie

Een gedeeltelijke voorziening voor boven- én onderkaak vraagt per kaak een eigen passende hoofdprestatie. Bijvoorbeeld een P001 boven en P003 onder komt voor alleen de honorariumregels op €112,53 + €307,57 = €420,10. Materiaal en techniek ontbreken.

Voorbeeld, één kaakHoofdprestatieMaximum honorarium
Kunsthars, 3 elementenP001€112,53
Kunsthars, 7 elementenP002€225,05
Frame, 4 elementenP003€307,57
Frame, 8 elementenP004€420,10
Deze indeling zegt niet welk ontwerp klinisch beter is. Een plaat- en frameprothese verschillen in steun, slijmvliesbelasting, ontwerp, zichtbaarheid, uitbreidbaarheid en onderhoud. De inhoudelijke vergelijking staat in de prothesebehandelgids.

Wat zit in P001-P004?

De hoofdprestaties lopen vanaf de eerste consultatie tot en met plaatsing en bevatten vier maanden prothetische nazorg. Voor P003/P004 zijn ook ontwerp en het inslijpen van steunen vóór vervaardiging van het frame inbegrepen. Een vrij ontwerpbedrag of afzonderlijke standaardtoeslag voor die steunen hoort daarom niet zonder andere prestatiegrond bovenop het framehonorarium.

Vier maanden nazorg omvat controle van de pasvorm, aanpassen, drukplaatsen verhelpen en zo nodig tissue conditioning of opvullen, ongeacht het aantal benodigde zittingen. De uitzonderingen voor een immediaatprothese en schade door onzorgvuldig gebruik worden verderop uitgelegd.

P001-P004 omvatten niet automatisch extracties, implantaten, behandeling van resterende tanden, iedere bijzondere koppeling of alle tandtechniek. Laat de begroting daarom honorarium, materiaal/techniek, voorbehandeling en alleen toegestane toeslagen apart tonen.

Materiaal- en techniekkosten

P001-P004 zijn stercodes. Het laboratorium kan onder meer kunsttanden, kunsthars, metaalframe, opstelling en afwerking vervaardigen. De aanbieder mag specifiek toerekenbare ingekochte techniek afzonderlijk berekenen, maar een ongespecificeerde regel ‘techniek prothese’ maakt twee offertes niet vergelijkbaar.

Vraag om:

1. hoofdcode en kaak; 2. aantal te vervangen elementen; 3. type basis en ankertjes of koppelingen; 4. laboratorium of eigen vervaardiging; 5. materiaal- en techniekbedrag inclusief toepasselijke heffingen; 6. wijzigingen of reparaties die wel en niet in de offerte zitten; 7. vergoeding van honorarium en techniek afzonderlijk.

Een lagere hoofdcode kan samengaan met hogere techniekkosten. Vergelijk daarom het complete ontwerp en totaal, niet alleen P001 tegenover P003.

Individuele afdruk: P041

P041 kost maximaal €37,51 per kaak en is de toeslag voor een individuele afdruk bij een gedeeltelijke kunstharsprothese P001 of P002. Zij is niet aangewezen naast een frame P003/P004 en niet een universele ‘afdrukkosten’-regel bij iedere prothese.

De eerste consultatie en het gewone vervaardigingstraject zitten al in de hoofdprestatie. Vraag bij P041 of een individuele lepel en afzonderlijke afdruk werkelijk zijn gebruikt en voor welke kaak. Twee afdrukmomenten betekenen niet automatisch tweemaal P041 voor dezelfde kaak.

Rekenvoorbeeld: P002 + P041 is maximaal €262,56 honorarium vóór materiaal/techniek. Dit voorbeeld bewijst niet dat iedere P002 een individuele afdruk nodig heeft.

Frontopstelling of beetbepaling: P043

P043 (€45,01) is voor frontopstelling en/of beetbepaling in een aparte zitting. Bij gedeeltelijke prothesen mag deze toeslag alleen bij P002 of P004 en slechts eenmaal worden berekend. P001 en P003 staan niet in deze route.

De aparte zitting is essentieel. Gewoon kleur of tandvorm bespreken tijdens het reguliere traject maakt niet automatisch P043. Vraag welke aparte afspraak plaatsvond, of voortanden werden opgesteld of front en beet opnieuw zijn bepaald, en bij welke hoofdcode de toeslag hoort.

P004 + eenmaal P043 is maximaal €465,11 aan honorarium vóór techniek. Meerdere pasmomenten leveren niet meerdere P043-regels op.

Gegoten anker: P047

P047 kost maximaal €22,51 per passende toeslag voor een gegoten anker bij een gedeeltelijke kunstharsprothese en mag alleen naast P001 of P002. Eventueel inslijpen van de steun is inbegrepen. Het is geen algemene metalen-onderdeeltoeslag bij een frameprothese; ontwerp en steunen van P003/P004 zitten al in de hoofdprestatie.

Vraag hoeveel gegoten ankers worden gebruikt, waar ze steunen en hoe de code wordt geteld. De officiële omschrijving noemt de toeslag voor het extra bevestigen met behulp van een gegoten anker, maar laat materiaal- en techniekvragen niet verdwijnen. Laat de aanbieder de hoeveelheid en technische specificatie zichtbaar maken.

Precisiekoppeling en telescoopkroon

P048 (€112,53) is een precisiekoppeling per koppeling of staafhuls en kan bij P003/P004 en bepaalde volledige-prothesecodes passen. Matrix en patrix gelden samen als één deel; ze mogen niet als twee koppelingen worden geteld. P048 hoort niet naast P001/P002.

P049 (€75,02) is de toeslag voor een telescoopkroon met precisiekoppeling bij onder meer P003/P004. Dit is niet de volledige kroonbehandeling of automatisch al het laboratoriumwerk. Als resterende tanden voor koppelingen of kronen worden behandeld, moet de begroting het volledige restauratieve traject en de prognose tonen.

Voorbeeld framehonorariumBerekeningMaximum
P003 + één P048€307,57 + €112,53€420,10
P004 + twee P048€420,10 + 2 × €112,53€645,16
P004 + P043 + één P049€420,10 + €45,01 + €75,02€540,13
Techniek en eventuele kroonbehandeling ontbreken in deze modellen. Een koppeling is geen kwaliteitsniveau dat voor iedereen nodig is.

Immediaatprothese na extracties: P045

P045 kost maximaal €18,75 per element dat onmiddellijk wordt vervangen, met een maximum van acht elementen per kaak. De toeslag kan onder meer bij P001-P004 passen. Extracties en opvullen zijn expliciet niet inbegrepen.

Immediaat te vervangen elementen per kaakP045-berekeningMaximum toeslag
11 × €18,75€18,75
44 × €18,75€75,00
88 × €18,75€150,00
10maximum 8 × €18,75€150,00
De hoofdcode blijft afhangen van het totale aantal elementen dat de gedeeltelijke prothese vervangt. P045 telt alleen de elementen die immediaat worden vervangen. Vraag dus welke tanden tijdens die zitting worden getrokken en welke al ontbraken.

Bij een immediaatprothese mogen P060-P067 binnen vier maanden onder voorwaarden wel afzonderlijk worden gedeclareerd, omdat genezing de pasvorm kan veranderen. Dat is de uitzondering op gewone inbegrepen nazorg; het is geen bewijs dat iedere immediaatprothese alle aanpassingen nodig heeft.

Natuurlijke wortels onder de prothese: P046

P046 (€60,01) geldt per natuurlijke wortel waarover een overkappingsprothese wordt geplaatst. Zo nodig afprepareren, vullen en polijsten zijn inbegrepen. De code kan naast P001-P004 passen, maar betreft geen implantaat en is niet per kunsttand.

Twee natuurlijke wortels geven rekenkundig 2 × P046 = €120,02 aan toeslag. Eventuele wortelkanaalbehandeling of andere niet-inbegrepen zorg heeft een eigen indicatie. Vraag per wortel naar prognose, onderhoud en wat gebeurt wanneer een pijler verloren gaat.

Tissue conditioning en opvullen

P061 (€52,51) is een tijdelijke weekblijvende laag in een bestaand gedeeltelijk kunsthars- of framekunstgebit, per kaak. P064 (€92,27 plus techniek) is indirect opvullen via een afdruk; P065 (€96,02 plus techniek) is direct opvullen met kunsthars in de mond. Alle drie zijn per kaak, niet per drukplek of element.

Probleem en werkwijzeCodeMaximum
Tijdelijke weekblijvende laag gedeeltelijke protheseP061€52,51
Indirect opvullen via afdrukP064*€92,27 plus techniek
Direct in de mond opvullenP065*€96,02 plus techniek
Deze prestaties verbeteren aansluiting maar herstellen niet automatisch een onjuist ontwerp, versleten beet of gebroken frame. Vraag waarom aanpassen beter is dan repareren of vervangen en hoe het resultaat wordt gecontroleerd.

Binnen vier maanden na gewone plaatsing mogen P061, P064 en P065 niet afzonderlijk worden gedeclareerd: ze vallen onder de inbegrepen nazorg. De immediaatuitzondering via P045 kan deze grens veranderen.

Repareren en uitbreiden: P070, P071 en P072

P070 (€22,51 plus techniek) is reparatie van een gedeeltelijke plaat- of frameprothese zonder afdruk, per kaak. P071 (€60,01 plus techniek) is reparatie en/of uitbreiding met afdruk, per kaak. Bij uitbreiding loopt P071 vanaf eerste consultatie tot plaatsing en bevat vier maanden nazorg.

P072 (€60,01 plus techniek) is uitbreiding van een gedeeltelijke voorziening met elementen tot een volledig kunstgebit, met afdruk, per kaak. Ook deze prestatie bevat vanaf consultatie tot plaatsing vier maanden nazorg. Het aantal toegevoegde tanden maakt niet automatisch meerdere P071/P072-honorariumregels; techniek kan wel met omvang veranderen.

SituatieHoofdcodeMaximum honorarium
Breukherstel zonder afdrukP070€22,51 plus techniek
Reparatie of uitbreiding met afdrukP071€60,01 plus techniek
Uitbreiding tot volledig kunstgebitP072€60,01 plus techniek
Binnen vier maanden na plaatsing mogen P070/P071 alleen bij onzorgvuldig gebruik afzonderlijk worden gedeclareerd. Een fabricage-, pasvorm- of gewone nazorgkwestie wordt niet automatisch patiëntschade. Vraag welke oorzaak in het dossier staat.

Vier maanden nazorg controleren

De nazorgperiode begint na plaatsing, niet na de eerste consultatie. Inbegrepen zijn pasvorm controleren, aanpassen, drukplaatsen verhelpen en zo nodig tissue conditioning of opvullen, ongeacht het aantal benodigde zittingen.

De hoofdregels:

  • P060-P067 niet binnen vier maanden na gewone plaatsing;
  • bij een met P045 aangeduide immediaatprothese kunnen P060-P067 binnen vier maanden wel passen;
  • P068-P071 binnen vier maanden alleen bij onzorgvuldig gebruik;
  • een uitbreiding via P071/P072 heeft zelf vier maanden nazorg vanaf plaatsing.
Vraag bij iedere vroege rekening naar plaatsingsdatum, immediaatstatus, oorzaak en waarom de handeling niet onder inbegrepen nazorg valt.

Volledige prothese en klikgebit zijn andere kostenroutes

P020-P023 betreffen volledige kunstgebitten en hebben andere hoofdprestaties en verzekeringsregels. Bekijk daarvoor kosten van een volledig kunstgebit. Een klikgebit omvat daarnaast implantologische chirurgie, implantaatonderdelen, mesostructuur en prothetiek; het is geen P001-P004-pakket. Bekijk implantaatkosten.

Voor een verzekerd volledig kunstgebit geldt volgens Zorginstituut Nederland een wettelijke eigen bijdrage van 25 procent. Voor een verzekerd implantaatgedragen volledig kunstgebit noemt het Zorginstituut 10 procent voor de onderkaak en 8 procent voor de bovenkaak. Indicatie, machtiging, gecontracteerde zorg, verzekerde kosten en eigen risico blijven relevant.

Vergoeding gedeeltelijke plaat- of frameprothese

Voor volwassenen valt een gewone gedeeltelijke plaat- of frameprothese doorgaans niet onder de basispakketroute van een volledig kunstgebit. Een aanvullende tandartsverzekering kan een percentage vergoeden tot een jaarmaximum en voorwaarden stellen aan honorarium, techniek en aanbieder.

Vraag de verzekeraar schriftelijk naar P001-P004, toeslagen, techniek, resterend maximum en eventuele wachttijd. Een polis die 75 procent vergoedt betaalt niet onbeperkt 75 procent van de totale laboratoriumrekening. Bijzondere tandheelkunde kan onder strikte voorwaarden anders uitpakken, maar een dure frameprothese is niet automatisch verzekerde bijzondere zorg.

Bij jongeren is de basisdekking voor mondzorg ruimer, maar een specifieke voorziening blijft aan wettelijke aanspraak en doelmatigheid gebonden. Laat de verzekeraar de concrete begroting beoordelen. Lees basisverzekering voor mondzorg en tandartsverzekering.

Begroting controleren in achttien stappen

1. Gaat het om plaat, frame, volledig kunstgebit of klikgebit? 2. Welke kaak en hoeveel elementen worden vervangen? 3. Past P001/P003 bij 1-4 en P002/P004 bij 5-13 elementen? 4. Is de hoofdprestatie niet per kunsttand vermenigvuldigd? 5. Zijn materiaal en techniek afzonderlijk gespecificeerd? 6. Is P041 alleen per kaak bij P001/P002 en werkelijk individuele afdruk? 7. Staat P043 alleen eenmaal bij P002/P004 en na een aparte zitting? 8. Is P047 alleen een gegoten anker bij P001/P002? 9. Is P048 per koppeling of staafhuls en matrix+patrix samen één? 10. Is P045 per immediaat vervangen element met maximaal acht per kaak? 11. Zijn extracties en opvullen niet ten onrechte in P045 verondersteld? 12. Is P046 per natuurlijke wortel en niet per implantaat? 13. Passen P061/P064/P065 bij tijdelijk, indirect of direct opvullen? 14. Passen P070/P071 bij zonder of met afdruk? 15. Is P072 alleen uitbreiding tot volledig kunstgebit? 16. Valt vroege aanpassing onder inbegrepen nazorg of een geldige uitzondering? 17. Zijn plaatsingsdatum, immediaatstatus en eventuele onzorgvuldige schade vastgelegd? 18. Kloppen polisjaar, techniekdekking, machtiging, eigen bijdrage en eigen risico?

Vraag de praktijk eerst om een gespecificeerde toelichting. Gebruik daarna de tandartscodegids, overweeg vóór onomkeerbare extracties een second opinion of zoek een praktijk.

Bronnen

Zeven prothesescenario's doorgerekend

De onderstaande bedragen zijn honorariummodellen met NZa-maxima. Tandtechniek, behandeling van pijlers, extracties en andere werkelijk benodigde zorg staan er alleen bij wanneer dat expliciet wordt vermeld.

1. Vier of vijf elementen vervangen

Een kunsthars plaatprothese met vier elementen gebruikt P001: maximaal €112,53 plus techniek. Bij vijf elementen wordt dat P002: €225,05 plus techniek. De honorariumsprong is €112,52, ook al komt er maar één kunsttand bij.

Voor een frame is vier elementen P003 à €307,57 en vijf elementen P004 à €420,10. Daar is het verschil €112,53. De tariefcategorie verklaart de sprong, maar bewijst niet dat de vijfde extractie of uitbreiding klinisch gewenst is. Vergelijk behoud, ontwerp en totale techniek vóór onomkeerbare verwijdering.

2. Boven een plaat en onder een frame

Een P002 in de bovenkaak en P004 in de onderkaak geven samen €225,05 + €420,10 = €645,15 aan honorarium. Iedere kaak krijgt haar eigen hoofdcode, elementtelling, ontwerp en techniek. Een laboratorium kan daarom twee afzonderlijke technische werkstukken begroten.

Vraag per kaak naar aantal vervangen elementen, materiaal, ankertjes of koppelingen, beetregistratie, pasfasen en nazorg. Eén totaalregel “boven en onder” maakt niet zichtbaar waarom techniek of hoofdcode verschilt.

3. Immediaat plaatje voor zes getrokken elementen

Stel dat een gedeeltelijke kunstharsprothese in totaal zes elementen vervangt en zes daarvan onmiddellijk na extractie worden vervangen. P002 is €225,05 en 6 × P045 is €112,50. Het honorarium voor alleen deze protheseregels is €337,55, vóór techniek, extracties en later opvullen.

P045 telt alleen de onmiddellijk vervangen elementen en maximaal acht per kaak. Reeds ontbrekende tanden tellen wel mee voor P001/P002, maar niet automatisch voor P045. Laat de begroting daarom twee aantallen tonen: totaal vervangen en immediaat vervangen.

4. Frame met twee natuurlijke wortels en aparte beetbepaling

Een P004-frame met twee passende P046-wortels en één toegestane P043 is rekenkundig €420,10 + 2 × €60,01 + €45,01 = €585,13 aan honorarium. Techniek en eventuele voorafgaande wortelkanaal- of restauratieve behandeling ontbreken.

P046 geldt per natuurlijke wortel, niet per implantaat of kunsttand. Vraag waarom iedere wortel behoudwaardig is, welk onderhoud nodig blijft en hoe ontwerp en kosten veranderen als een wortel later verloren gaat. P043 vraagt bovendien een aparte zitting en mag bij P004 slechts eenmaal worden gebruikt.

5. Reparatie zonder of met afdruk

P070 zonder afdruk is €22,51 plus techniek per kaak. P071 met afdruk is €60,01 plus techniek per kaak. Het honorariumverschil is €37,50, maar de totale laboratoriumkosten kunnen sterker verschillen door breuk, uitbreiding en gebruikte onderdelen.

Binnen vier maanden na plaatsing zijn P070/P071 alleen afzonderlijk toegestaan bij onzorgvuldig gebruik. Vraag bij een vroege breuk naar plaatsingsdatum, oorzaak, garantie of nazorg en waarom de rekening niet binnen de inbegrepen zorg valt. Normale slijtage, fabricagekwestie, pasvormprobleem en schade door gebruik zijn niet hetzelfde.

6. Plaat versus frame eerlijk vergelijken

Bij drie elementen is het honorarium P001 €112,53 tegenover P003 €307,57: een verschil van €195,04 vóór techniek. Een frame heeft doorgaans een andere metalen constructie en steunverdeling, maar duurder betekent niet automatisch beter voor iedere mondsituatie. Een plaat kan ook een tijdelijke of uitbreidbare functie hebben.

Vergelijk prognose van pijlers, slijmvliesbelasting, reinigbaarheid, zichtbaarheid, uitbreidbaarheid, reparatiemogelijkheid, verwacht onderhoud en totaal over meerdere jaren. Vraag daarnaast wat “niets doen” functioneel betekent. Alleen de aanschafprijs geeft geen eerlijke keuze.

7. Aanvullende polis met percentage en maximum

Stel dat een polis 75% van gedekte gedeeltelijke-prothesekosten vergoedt tot een resterend jaarmaximum van €500. Bij €900 aan volledig gedekte kosten is 75% rekenkundig €675, maar de vergoeding blijft in dit voorbeeld maximaal €500. De eigen betaling is dan minimaal €400, plus niet-gedekte posten.

Dit is een polisrekenvoorbeeld, geen uitspraak dat iedere P-code of techniek gedekt is. Vraag de verzekeraar schriftelijk welke honoraria, toeslagen en laboratoriumkosten meetellen, welk maximum nog resteert en of machtiging, wachttijd of gecontracteerde zorg geldt.

Techniekkosten één-op-één controleren

Bij stercodes mogen specifiek toerekenbare ingekochte materiaal- en techniekkosten worden doorberekend. Dat is geen vrij honorarium bovenop P001-P004. Vraag om een specificatie per hoofdprestatie en, op verzoek, inzage in de onderliggende laboratoriumrekening.

Controleer:

  • naam of type laboratorium en of sprake is van techniek in eigen beheer;
  • materiaal van basis, tanden, frame en koppelingen;
  • aantal kunsttanden, ankers en precisiedelen;
  • welke pas- of herstelwerkzaamheden in het technische bedrag zitten;
  • of wijzigingen na de proefopstelling nieuwe techniek geven;
  • of btw of andere heffing correct in het consumentenbedrag is verwerkt;
  • welke techniek de verzekeraar meeneemt in de vergoeding.
Een offerte met €300 techniek is niet automatisch goedkoper dan één met €500 wanneer ontwerp, materiaal en inbegrepen correcties verschillen. Vergelijk dezelfde voorziening en dezelfde fase.

Begroting, akkoord en wijzigingen tijdens vervaardiging

Een gedeeltelijke prothese overschrijdt door honorarium plus techniek vaak €250. Vanaf dat totaal moet een prijsopgave worden verstrekt. Tussen €250 en €500 kan die mondeling zijn wanneer dit samen is afgesproken en in het dossier wordt vastgelegd; boven €500 moet zij schriftelijk of digitaal worden gegeven.

De begroting hoort prestaties, tarieven en materiaal- en techniekkosten afzonderlijk te tonen. Vraag vóór akkoord wat gebeurt wanneer tijdens vervaardiging een pijler niet behoudbaar blijkt, een extractie wordt toegevoegd, de beetregistratie moet veranderen of een andere koppeling wordt gekozen. Een nieuw ontwerp vraagt een aangepaste begroting en opnieuw begrijpelijke toestemming.

Laat het definitieve akkoord niet alleen op een globale “prothese totaal”-regel rusten. Bewaar elementkaart, ontwerp, begroting, laboratoriumspecificatie, polisreactie en plaatsingsdatum bij elkaar.

Max-max en prothesetarieven

De gewone P-honoraria zijn maximumtarieven. Een verhoging tot maximaal tien procent kan alleen steunen op een schriftelijke overeenkomst tussen aanbieder en zorgverzekeraar en alleen gelden voor een verzekerde met toepasselijke tandheelkundige dekking waarin de prestatie valt.

Max-max is iets anders dan toegestane techniek bij een stercode. Op de nota moet herkenbaar blijven welk bedrag het honorarium is en welk bedrag techniek of materiaal. Vraag bij een verhoogde P-code naar verzekeraarsovereenkomst en polisdekking; vraag bij techniek naar de feitelijke laboratoriumpost.

Van gedeeltelijk naar volledig: drie financiële momenten

Wanneer resterende tanden verloren gaan, kan P072 een bestaande gedeeltelijke voorziening met afdruk uitbreiden tot een volledig kunstgebit. Dat is niet hetzelfde als automatisch een geheel nieuwe P020-P023-prothese vervaardigen. De behandelaar beoordeelt pasvorm, materiaal, beet en resterende levensduur.

Maak drie momenten zichtbaar:

1. extracties en onmiddellijke tijdelijke situatie; 2. uitbreiding of aanpassing tijdens genezing; 3. definitieve volledige prothese of alternatief na stabilisatie.

De verzekeringsroute kan vanaf een volledige prothese veranderen, maar eerdere gedeeltelijke-prothesekosten worden daardoor niet achteraf automatisch basisverzekerd. Vraag vooraf welke fase onder aanvullende dekking, gewone eigen betaling of basisverzekerde volledige-protheseregels valt.

Vergelijkmatrix voor twee protheseoffertes

VergelijkpuntOfferte AOfferte B
Plaat, frame of andere route
Kaak en vervangen elementen
Hoofdcode P001-P004
Immediaat vervangen elementen
Pijlers, wortels en koppelingen
Honorarium en toeslagen
Materiaal en techniek
Voorbehandeling en extracties
Inbegrepen pasfasen
Vier maanden nazorg
Reparatie- en garantiebeleid
Verzekering en eigen betaling
Een vergelijkbare offerte gebruikt dezelfde kaak, elementtelling en ontwerpdoelen. Laat verschillen verklaren voordat je alleen op het laagste totaal kiest.

Uitgebreide prothesenota-check in 30 vragen

1. Gaat het om plaat, frame, volledig of implantaatgedragen? 2. Welke kaak wordt behandeld? 3. Hoeveel elementen vervangt de voorziening totaal? 4. Past de grens 1-4 of 5-13? 5. Is de hoofdcode slechts eenmaal per passende kaak gebruikt? 6. Zijn techniek en honorarium gescheiden? 7. Is P041 alleen bij P001/P002 gebruikt? 8. Is P043 alleen eenmaal bij P002/P004 en in aparte zitting? 9. Is P047 alleen een passend gegoten anker bij kunsthars? 10. Tellen matrix en patrix bij P048 samen als één? 11. Klopt het aantal P045 met immediaat vervangen elementen? 12. Is het maximum van acht P045 per kaak gerespecteerd? 13. Zijn extracties los van P045 begroot? 14. Klopt P046 met natuurlijke wortels? 15. Zijn prognose en onderhoud van pijlers besproken? 16. Past P061, P064 of P065 bij de werkwijze? 17. Is P070 werkelijk zonder afdruk? 18. Is P071 werkelijk met afdruk of uitbreiding? 19. Is P072 alleen uitbreiding tot volledig kunstgebit? 20. Begint de nazorgperiode bij plaatsing? 21. Valt vroege aanpassing onder inbegrepen nazorg? 22. Is een immediaatuitzondering aantoonbaar? 23. Is vroege reparatie door onzorgvuldig gebruik onderbouwd? 24. Zijn laboratoriumkosten één-op-één gespecificeerd? 25. Is max-max gescheiden van techniek? 26. Is vanaf €250 een prijsopgave gegeven? 27. Is boven €500 de begroting schriftelijk of digitaal? 28. Zijn ontwerpwijzigingen opnieuw begroot en goedgekeurd? 29. Klopt aanvullende vergoeding met percentage én maximum? 30. Zijn plaatsingsdatum en vervolgfasen vastgelegd?

Aanvullende bron

Eindcontrole voor plaatsing in 2027

Controleer per kaak welke P001-P004-code hoort bij het aantal elementen dat de definitieve voorziening vervangt. Gebruik het 2027-tarief bij zorg die volgens de officiële prestatie in 2027 wordt geleverd en laat een oudere begroting vóór plaatsing actualiseren. Honorarium, specifiek toerekenbare techniek, extracties, koppelingen en andere toegestane toeslagen blijven afzonderlijke regels.

Leg op de eindnota plaatsingsdatum, hoofdcode, aantal kunsttanden, immediaat vervangen elementen, materiaal en laboratorium vast. Die plaatsingsdatum start ook de vier maanden inbegrepen prothetische nazorg. Een betaling of eerste afdruk uit 2026 verschuift dat nazorgbegin niet naar voren.

Controleer bij een gewijzigde elementtelling of niet alleen de hoofdcode, maar ook ontwerp, techniek en verzekeringsraming opnieuw zijn beoordeeld. Vraag voor iedere verhoging om de oude regel, de wijziging en het nieuwe consumenten-eindtotaal voordat het aangepaste werkstuk definitief wordt vervaardigd.

Pijler- en elementkaart vóór ontwerp of extractie

Maak per kaak een kaart van ontbrekende tanden, te behouden tanden, geplande extracties, vullingen of kronen, tandvlees- en botsteun, mobiliteit, cariësrisico en functie. Noteer apart hoeveel elementen de prothese uiteindelijk vervangt en hoeveel daarvan immediaat na extractie worden vervangen. Daarmee blijven P001-P004 en P045 controleerbaar.

Een tand met onzekere prognose kan de categorie, het ontwerp, de techniek en de latere uitbreidbaarheid veranderen. Vergelijk daarom behoud, voorbehandeling, extractie, tijdelijke plaat, definitieve plaat, frame, brug, implantaat en openlaten waar dat klinisch verantwoord is vóór een onomkeerbare stap. De goedkoopste hoofdcode is niet automatisch de goedkoopste route over meerdere fasen.

Leg bij natuurlijke wortels voor P046 vast welke wortel blijft, wat vooraf is behandeld, hoe deze wordt onderhouden en wat het ontwerp doet wanneer de wortel later verloren gaat. P046 is geen implantaattoeslag en maakt een onzekere wortel niet vanzelf behoudwaardig.

Ontwerpkaart: plaat, frame, steun en uitbreidbaarheid

Vraag een tekening met kunsttanden, basis, ankers, rustplaatsen, major connector, zadels, precisiekoppelingen en eventuele telescoopkronen. Bij P003/P004 zijn frameontwerp en het inslijpen van steunen vóór vervaardiging inbegrepen. Een losse algemene ontwerp- of steuntoeslag vraagt dus een andere concrete grond.

Vergelijk per ontwerp steun op tanden en slijmvlies, zichtbaarheid, dikte, spraak, reinigbaarheid, belasting van pijlers, herstelbaarheid en de mogelijkheid later een tand toe te voegen. Een frame is niet universeel beter; een kunstharsplaat kan tijdelijker of makkelijker uitbreidbaar zijn, terwijl een frame een andere steunverdeling en techniek heeft.

Koppel P047 alleen aan een passend gegoten anker bij P001/P002. Koppel P048 aan de werkelijke precisiekoppeling of staafhuls, waarbij matrix en patrix samen één deel zijn. Laat bij P049 zien welke kroonroute daarnaast nodig is; de toeslag is niet automatisch de volledige kroonbehandeling.

Laboratoriumopdracht en betaalmomenten

Laat vóór de definitieve opdracht per kaak hoofdcode, elementtelling, ontwerptekening, materiaal, kunsttanden, framelegering, ankers of koppelingen, laboratorium, techniekbedrag en wijzigingsbeleid vastleggen. Een stercode maakt specifiek toerekenbare techniek mogelijk, maar geen tweede vrij behandelaarshonorarium.

Spreek af wanneer afdruk, frame, tandenopstelling en afwerking onomkeerbaar worden en welk voorschot daarbij hoort. Een voorschot is geen bewijs dat de P001-P004-hoofdprestatie al volledig is geleverd. Bewaar betalingen naast de productieplanning zodat bij stoppen zichtbaar is welk klinisch en technisch werk werkelijk is verricht.

Verandert een pijler, elementtelling, kaakrelatie of materiaal tijdens productie, laat dan de oude begroting, mutatie, niet-meer-bruikbare techniek en het nieuwe consumenten-eindtotaal zien vóór verdere vervaardiging. Een globale mededeling dat ‘het frame duurder werd’ is onvoldoende om de wijziging te beoordelen.

Afdruk, beet en pasfasen controleren

P041 is alleen de individuele afdruk per kaak bij P001/P002. Bij een frame is een afzonderlijke P041 niet aangewezen. Noteer welke afdruk of scan bij welke fase en kaak hoort; meerdere technische contactmomenten betekenen niet automatisch meerdere toeslagen.

P043 vraagt bij P002/P004 een aparte zitting voor frontopstelling en/of beetbepaling en kan slechts eenmaal worden berekend. Registreer datum, kaak, gepaste opstelling, uitspraak, lip- en wangvulling, beet en afgesproken wijzigingen. Een gewone kleurkeuze of standaard pasmoment maakt geen P043.

Beoordeel bij de framepas of het metaal volledig en passief zit, steunen aansluiten, ankers niet ongewenst klemmen en voldoende ruimte voor kunsthars en tanden resteert. Laat vóór afwerking vastleggen wie extra laboratoriumwerk draagt als het frame niet volgens de goedgekeurde opdracht past.

Eén tand gaat tijdens productie verloren

Wanneer na de afdruk of framevervaardiging een extra tand moet worden verwijderd, pauzeer waar mogelijk en herbereken de elementcategorie. Vier naar vijf vervangen elementen kan P001 naar P002 of P003 naar P004 veranderen. Dat tariefverschil is een categorie-effect, geen bewijs dat iedere reeds vervaardigde stap opnieuw volledig mag worden berekend.

Onderzoek of het bestaande ontwerp kan worden aangepast, P071 met afdruk later passend is, een nieuwe hoofdvoorziening nodig wordt of een tijdelijke immediaatroute wordt gekozen. Laat techniekverlies, extra kunsttand, nieuwe afdruk, aanpassing van frame en extractie als afzonderlijke beslissingen zien.

P045 telt alleen werkelijk immediaat vervangen elementen, maximaal acht per kaak. Een tand die al ontbrak telt wel voor de hoofdcode maar niet vanzelf voor P045. Leg extractiedatum, plaatsingsdatum en beide aantallen vast.

Plaatsingsdag en start van vier maanden nazorg

De plaatsingsdatum is het financiële scharnierpunt en de start van vier maanden prothetische nazorg. Maak een eindkaart met kaak, P001-P004, aantal kunsttanden, immediaatstatus, materiaal, techniek, ankers/koppelingen en afgesproken wijzigingen. Controleer pasvorm, druk, beet, retentie, spraak, uiterlijk, in- en uitnemen en reinigbaarheid.

Geef instructie voor reinigen van prothese, resterende tanden, ankers, steunen en slijmvlies. Een hulpmiddel dat wordt verkocht is geen extra prothesehoofdprestatie. Leg vast wanneer contact nodig is bij drukplek, wond, breuk, los anker of niet kunnen dragen.

Een handtekening bij plaatsing sluit een fabricage- of pasvormprobleem niet automatisch uit. Andersom is schade door een val of ander onzorgvuldig gebruik niet automatisch inbegrepen. Bewaar ontwerp, laboratoriumspecificatie en plaatsingsfoto's voor een latere oorzaakanalyse.

Nazorglogboek en vroege facturen

Registreer gedurende vier maanden per contact datum, klacht, drukplek, pasvorm, beet, aanpassing, tissue conditioner of opvulling en resultaat. P060-P067 vallen na gewone plaatsing in deze periode onder inbegrepen nazorg, ongeacht het aantal noodzakelijke zittingen. Alleen de P045-immediaatuitzondering kan afzonderlijke declaratie mogelijk maken.

Bij P068-P071 binnen vier maanden moet onzorgvuldig gebruik concreet zijn onderbouwd. Een breuk alleen bewijst geen patiënthandeling; materiaal, ontwerp, beet, pasvorm en fabricage kunnen ook relevant zijn. Vraag de oorzaak en nieuwe handeling per regel.

Een uitbreiding met P071 loopt vanaf eerste consultatie tot plaatsing en omvat daarna zelf vier maanden nazorg. Een nieuwe drukplek of aanpassing kort na die uitbreiding is dus niet automatisch een losse nieuwe P061/P064/P065.

Beslisboom: aanpassen, repareren, uitbreiden of vervangen

Bij loszitten wordt eerst beoordeeld of P061 tijdelijk comfort, P064 indirect opvullen of P065 direct opvullen het werkelijke pasvormprobleem oplost. Bij breuk of verlies van een kunsttand wordt onderscheid gemaakt tussen P070 zonder afdruk en P071 met afdruk of uitbreiding. Een vervormd frame, slechte beet of ongunstige pijlerprognose kan een andere route vragen.

Voorbeeld 2027: P004 nieuw is €432,83 honorarium vóór techniek. P071 met afdruk is €61,83 plus techniek. Het honorariumverschil is €371,00, maar repareren of uitbreiden is alleen zinvol wanneer het bestaande frame, de beet en de resterende gebruikswaarde voldoende zijn.

P072 is alleen de uitbreiding van een bestaande gedeeltelijke voorziening tot volledig kunstgebit. Vergelijk dit met een nieuw volledig kunstgebit, tijdelijke voorziening en de basisverzekeringsroute zonder aan te nemen dat eerdere gedeeltelijke kosten achteraf worden vergoed.

Overdracht tijdens vervaardiging of nazorg

Verzamel elementkaart, diagnostiek, ontwerptekening, afdrukken/scans, beetregistratie, P043-opstelling, framepas, laboratoriumopdracht, techniekstadium, betalingen, plaatsingsdatum en nazorglogboek. Vraag wie eigenaar en opdrachtgever van modellen, scans en werkstuk is en of de nieuwe aanbieder ze veilig kan gebruiken.

De oude aanbieder specificeert werkelijk verricht klinisch en technisch werk; de nieuwe aanbieder begroot herbeoordeling, hergebruik en resterende of opnieuw noodzakelijke zorg. Twee aanbieders horen niet zonder uitleg ieder de volledige P001-P004-hoofdprestatie te declareren voor één uiteindelijk geplaatste voorziening.

Bij overdracht na plaatsing blijft duidelijk welke aanbieder de inbegrepen vier maanden nazorg organiseert. Een praktijkwissel heft die professionele verantwoordelijkheid niet vanzelf op, maar de nieuwe aanbieder kan wel eigen onderzoek of nieuwe zorg nodig vinden. Spreek kosten vooraf af.

Prothesenota per kaak en fase reconstrueren

Maak één tijdlijn met consultatie, pijlerbesluit, ontwerp, afdruk, beet, pasfasen, extracties, immediaatplaatsing, definitieve plaatsing, nazorg, reparatie en uitbreiding. Koppel iedere P-code en techniekpost aan kaak, datum en uitgevoerd onderdeel.

Vergelijk begroting, aangepaste begroting, laboratoriumspecificatie, eindnota en verzekeraarsafrekening. Een lage vergoeding bewijst niet dat de P-code fout is; uitsluiting, percentage of jaarmaximum kan de oorzaak zijn. Vergoeding bewijst evenmin dat een extra anker, P043, vroege reparatie of techniekpost terecht was. Vraag correctie per concrete regel.

Wie maakt de prothese?

Een tandarts en tandprotheticus hebben niet dezelfde registratie en wettelijke rol. Zijn er natuurlijke tanden, wortels of andere steunelementen, controleer dan ook de verwijzings- en taakverdeling. De aparte gids tandprotheticus of tandarts helpt kwalificatie, volledige versus gedeeltelijke prothese, begroting en nazorg vergelijken.

Flexibele of metaalvrije gedeeltelijke prothese: vergelijk ontwerp, techniek en herstelbaarheid

Een offerte voor een ‘flexibele prothese’, ‘nylon plaatje’, ‘thermoplastische prothese’, ‘Valplast’ of ‘metaalvrij frame’ beschrijft nog geen volledige behandelprestatie. Merknamen en materiaalfamilies zeggen niet hoeveel tanden worden vervangen, waar de voorziening steunt, hoe zij haar retentie krijgt, welke krachten op het restgebit komen en welke hoofdprestatie op de rekening past. Begin daarom bij kaak, ontwerp en functie; vergelijk materiaal pas daarna.

De Nederlandse P-codes onderscheiden onder meer een gedeeltelijke kunststof plaatprothese en een gedeeltelijke frameprothese naar aantal te vervangen elementen. Zij kennen niet automatisch voor iedere commerciële materiaalnaam een aparte hoofdcode. Laat de aanbieder schriftelijk uitleggen waarom P001/P002, P003/P004 of een andere route de werkelijk vervaardigde constructie beschrijft en welke materiaal- of techniekkosten daarnaast volgen.

Merknaam is geen indicatie of code

Noteer de exacte handelsnaam, materiaalfamilie en fabrikant, maar gebruik die gegevens niet als vervanging voor diagnose of ontwerp. ‘Flexibel’ kan slaan op polyamide/nylon of een ander thermoplastisch polymeer. ‘Metaalvrij’ zegt alleen wat ontbreekt; het bewijst niet welk materiaal, welke stijfheid, welke steunen of welke klammers werkelijk worden gemaakt.

Vraag per kaak om een ontwerptekening met ontbrekende elementen, basisuitbreiding, zadelgebieden, rust- en steunpunten, klammers, connectoren en verwachte belasting. Een roze tandvleeskleurige klem kan esthetisch minder opvallen, maar zichtbaarheid is één uitkomst naast steun, stabiliteit, reinigbaarheid en toekomstige aanpasbaarheid.

Vergelijk vier constructies, niet twee slogans

Zet minimaal deze realistische opties naast elkaar wanneer zij klinisch mogelijk zijn: geen vervanging of verkorte tandboog, een conventionele kunststof plaatprothese, een metalen frameprothese en een flexibele of andere metaalvrije partiële voorziening. Voeg brug of implantaatgedragen herstel alleen toe als het restgebit, bot, algemene gezondheid, tijd en budget dat tot een echt alternatief maken.

Gebruik voor iedere optie dezelfde velden: te vervangen elementen, steun op tanden en slijmvlies, retentie, volume, zichtbare onderdelen, verwachte belasting van pijlers, preparatie, techniekorder, onderhoud, reparatie, uitbreiding, opvullen en vervangscenario. Een flexibel product dat een ander ontwerpdoel heeft is niet eerlijk te vergelijken met alleen de kale aanschafprijs van een frame.

Flexibiliteit is geen universeel comfort- of kwaliteitsbewijs

Niet-metalen klammerprothesen kunnen zich esthetisch aanpassen aan tand- en weefselkleur en ondercuts benutten. Flexibiliteit kan het inzetten voor sommige patiënten prettig maken. De wetenschappelijke literatuur waarschuwt tegelijk dat ontwerpcriteria en langetermijnklinische gegevens beperkt zijn en dat ruwheid, verkleuring, belasting van steunweefsels, blijvende vervorming en reparatie-/relinevragen relevant kunnen zijn.

Vraag daarom welk onderdeel flexibel is en welk onderdeel stijf genoeg blijft om krachten te verdelen. Meer buigen betekent niet automatisch beter passen tijdens kauwen. Een constructie die bij inzetten comfortabel voelt kan onder belasting anders bewegen; een stijver frame kan juist andere steun- of omvangseigenschappen hebben. De individuele mond en het ontwerp bepalen de afweging.

Een pilotonderzoek waarin PEEK- en kobalt-chroomframes werden vergeleken vond over één jaar geen significant algemeen verschil in patiëntvoorkeur, tevredenheid of de gemeten tandvleesuitkomsten. Dat kleine onderzoek bewijst geen gelijkwaardigheid voor iedere patiënt, maar ondersteunt wel dat ‘metaalvrij’ niet zonder meer een superieure uitkomst garandeert.

Metaalwens en metaalallergie zijn verschillende routes

Scheid een esthetische voorkeur, eerdere huidreactie op sieraden, een vastgestelde contactallergie en huidige mondklachten. De enkele wens om geen zichtbare metalen klem te hebben is geen allergiediagnose. Een huidtest uit het verleden bewijst evenmin automatisch welk prothesemateriaal orale klachten veroorzaakt of welk alternatief veilig is.

Leg bij een vermoede materiaalreactie huidige voorziening, legering of productidentiteit, contactlocatie, beginmoment, slijmvliesbeeld, andere oorzaken en beschikbare medische/allergologische informatie vast. Verwijder of vervang geen bruikbare constructie uitsluitend op basis van de marketingterm hypoallergeen. Vraag welk bestanddeel wordt vermeden en welke volledige samenstelling het alternatief heeft.

Metaalvrij is ook niet hetzelfde als monomeervrij, allergievrij of biologisch inert. Kunststoffen kunnen kleurstoffen, additieven en productieafhankelijke oppervlakken hebben. De behandelaar en het laboratorium moeten productinformatie kunnen koppelen aan de concrete order; absolute veiligheidsclaims horen niet in de offerte.

Techniekkosten worden per constructie herleid

P001-P004 zijn sterprestaties waarbij materiaal- en techniekkosten afzonderlijk kunnen volgen. Laat de offerte de honorariumcode scheiden van externe of interne techniek: materiaal, digitale of conventionele vervaardigingsstappen, tanden, basis, klammers/frame, afwerking en eventuele bijzondere componenten.

Materiaal- en techniekkosten worden één-op-één doorberekend. Vraag om de openbare techniekprijslijst en zo nodig inzage in de laboratoriumrekening. Een algemene ‘flexibele-prothesetoeslag’ of ‘metaalvrij premium’ zonder orderregel maakt niet zichtbaar wat is ingekocht of vervaardigd.

Vergelijk consumententotalen inclusief alle toepasselijke heffingen en verwachte voorbereidende P-prestaties. Een lager hoofdcodehonorarium kan samengaan met hogere techniek; een hoger techniekbedrag bewijst geen betere indicatie. Leg ook vast op welk productiemoment techniek werkelijk besteld, gewijzigd of geannuleerd kan worden.

Proefpas is de financiële stoppoort

Plan vóór definitieve afwerking een controle van pasrichting, steun, retentie, stabiliteit, beet, spraak, lip-/wangondersteuning, zichtbaarheid, kleur, contour en reinigbaarheid. Noteer welke uitkomst nog aanpasbaar is en welke materiaalkeuze na verwerking moeilijker verandert.

Bij een flexibele klem wordt gecontroleerd waar zij contact maakt, hoeveel beweging nodig is bij inzetten en uitnemen en of zij tandvlees of pijlers traumatisch belast. Bij een frame worden steunpunten, connector, klammers en zadel gecontroleerd. Een cosmetisch gunstige proefblik is onvoldoende wanneer de voorziening niet stabiel, onderhoudbaar of uitbreidbaar is.

Een geaccepteerde proefpas is geen levensduurgarantie. Zij is wel een beslismoment om ontwerpafwijking te corrigeren voordat definitieve techniek en plaatsing worden afgerond. Wijzigt het restgebit tijdens productie, dan gaat de order terug naar een nieuwe diagnose-, ontwerp- en kostenbeslissing.

Repareren, uitbreiden en opvullen vóór aankoop testen

Vraag het laboratorium vooraf schriftelijk of het gekozen materiaal lokaal kan worden gerepareerd, een tand kan worden toegevoegd, een klem kan worden aangepast, de basis kan worden opgevuld en welk gespecialiseerd proces daarvoor nodig is. Thermoplastische nylonmaterialen hechten niet vanzelf aan gebruikelijke acrylreparatie- en relinematerialen; materiaal en oppervlaktebehandeling kunnen de sterkte van een herstel beïnvloeden.

‘Niet te breken’ is geen verantwoorde productbelofte. Een materiaal kan buigzaam zijn en toch vervormen, een kunsttand kan loskomen, de pasvorm kan door kaakverandering achteruitgaan en het restgebit kan veranderen. De relevante vraag is niet alleen óf iets breekt, maar hoe de volledige voorziening na een incident controleerbaar wordt hersteld.

Maak een herstelkaart met lokale aanbieder, laboratorium, verwachte doorlooptijd, tijdelijke voorziening, reparatiecode, techniekprijs en risico dat nieuw vervaardigen nodig wordt. Neem ook toekomstige uitbreiding op wanneer pijlers een onzekere prognose hebben. Een ogenschijnlijk goedkope basis kan duurder worden als iedere wijziging een nieuwe constructie vraagt.

Reiniging en oppervlak horen bij de materiaalkeuze

Vraag om materiaalgebonden reinigingsinstructies: borstel, middel, watertemperatuur, weken, apparaat en verboden producten. Gebruik niet automatisch dezelfde reiniger voor metaal, acryl en thermoplastisch materiaal. Noteer hoe klemmen, ondersnijdingen, kunsttanden en pijlers bereikbaar blijven en wie professionele controle uitvoert.

Ruwheid, plaque, geur en verkleuring worden niet opgelost door steeds agressiever reinigen zonder materiaaladvies. Controleer eerst oppervlak, aanslag, beschadiging en pasvorm. Polijsten van een flexibel materiaal kan laboratoriumapparatuur of specifieke kennis vragen; laat vooraf zien of dit in gewone nazorg, onderhoud of aparte techniek valt.

De natuurlijke pijlers blijven cariës- en tandvleesrisico dragen. Een metaalvrije klem maakt dagelijks reinigen niet optioneel. Koppel iedere controle aan pijlerstatus, steunweefsel, contactplaatsen, pasvorm en materiaaloppervlak.

Reken aanschaf én drie veranderingsscenario’s

Maak naast het startsaldo drie toekomstige scenario’s: één extra tand gaat verloren, de pasvorm vraagt opvullen en een klem/basis of kunsttand raakt beschadigd. Noteer per ontwerp of aanpassen technisch mogelijk is, welke honorariumcode mogelijk past, welke techniek volgt, hoeveel tijd de voorziening uit gebruik is en wanneer volledige vervanging waarschijnlijker wordt.

Voorbeeld: twee offertes hebben hetzelfde P002-honorarium maar techniek A bedraagt €280 en techniek B €470. Het startverschil is €190. Als A later niet uitbreidbaar blijkt en B wel, kan de meerjarenuitkomst omkeren; als uitbreiding nooit nodig is, hoeft dat niet. Deze fictieve techniekbedragen illustreren de methode en zijn geen marktprijs of bewijs van materiaalgeschiktheid.

Bereken vergoeding pas nadat code, techniek en polisroute bekend zijn. Een aanvullende verzekeraar kan honorarium en techniek verschillend begrenzen of een maximum toepassen. Een merknaam creëert geen basisverzekeringsaanspraak en een hogere vergoeding maakt de constructie niet klinisch geschikter.

Flexibele- en metaalvrije-prothesecontrole: vragen 113 tot en met 137

113. Welke handelsnaam, materiaalfamilie en fabrikant worden gebruikt? 114. Wat betekent ‘flexibel’ of ‘metaalvrij’ precies in deze constructie? 115. Welke elementen worden per kaak vervangen? 116. Waar steunt de voorziening op tanden, kiezen en slijmvlies? 117. Welke onderdelen geven retentie en welke verdelen belasting? 118. Welke hoofdcode beschrijft de werkelijk vervaardigde prothese en waarom? 119. Zijn geen code of indicatie uitsluitend uit een merknaam afgeleid? 120. Zijn plaat, frame, flexibel/metaalvrij en geen behandeling op dezelfde doelen vergeleken? 121. Is esthetische metaalwens onderscheiden van bewezen materiaalallergie? 122. Welke productbestanddelen worden bij een medische materiaalvraag vermeden? 123. Is de volledige productsamenstelling voor de patiënt herleidbaar? 124. Welke honorarium- en techniekbedragen horen bij iedere optie? 125. Zijn techniekprijslijst en laboratoriumorder beschikbaar? 126. Worden materiaal- en techniekkosten één-op-één doorberekend? 127. Zijn pasrichting, steun, stabiliteit, beet, spraak en zichtbaarheid proefgepast? 128. Is reinigbaarheid rond klammers, basis en pijlers gecontroleerd? 129. Kan het materiaal lokaal worden gerepareerd en door welk laboratorium? 130. Kan later een kunsttand of retentieonderdeel worden toegevoegd? 131. Kan de basis direct of indirect worden opgevuld? 132. Welke doorlooptijd en tijdelijke route gelden bij reparatie? 133. Welke reinigingsmiddelen en temperaturen zijn toegestaan? 134. Hoe worden ruwheid, aanslag en verkleuring beoordeeld en behandeld? 135. Wat kosten verlies van een extra tand, opvullen en breuk in drie scenario’s? 136. Welke vergoeding bevestigt de verzekeraar voor code én techniek? 137. Sluiten ontwerpkaart, proefpas, laboratoriumorder, factuur en onderhoudsplan op elkaar aan?

Wennen aan een plaat- of frameprothese: drukplek, loszitten en nazorgkosten uit elkaar houden

Een nieuwe gedeeltelijke prothese kan anders aanvoelen dan eigen tanden. De zoekvraag `hoe lang moet ik wennen aan een frameprothese?` heeft geen vaste medische termijn en geen afzonderlijke NZa-code. Spraak, kauwen, in- en uitnemen, speeksel, tongruimte, steun en contact met het slijmvlies kunnen per ontwerp en patiënt anders verlopen. Pijn, een wond, kantelen of niet kunnen dragen moet niet met een algemeen gewenningstermijn worden weggewuifd.

KNMT beschrijft dat in het begin pijnlijke drukplekken kunnen ontstaan en adviseert de prothese in te houden en een afspraak te maken om problemen te laten verhelpen. Dat algemene patiëntadvies helpt de behandelaar de drukplek in gedragen toestand beoordelen, maar vervangt geen individuele instructie. Bij een verse wond, bloeding, slik- of ademhalingsprobleem, trauma of een prothese die niet veilig kan worden gedragen, neem je direct contact op voor passend advies. Zelf slijpen, buigen, lijmen of langdurig kleefmiddel gebruiken kan de oorzaak maskeren of het ontwerp beschadigen.

Begin op de plaatsingsdag met een acceptatiebaseline

Leg per kaak vast welke P001-P004-voorziening is geplaatst, welke elementen worden vervangen, waar de basis, steunen en ankers liggen, hoe de beet sluit en hoe retentie en stabiliteit zijn. Noteer tevens uiterlijk, spraak, in- en uitnemen, reinigbaarheid en eventuele gevoelige plaatsen vóór vertrek. Een handtekening voor ontvangst bewijst niet dat toekomstige drukplekken onmogelijk zijn en is geen afstand van nazorg.

Maak onderscheid tussen retentie en stabiliteit. Een prothese kan bij uitnemen voldoende houvast lijken te hebben maar tijdens kauwen kantelen. Andersom kan een strak anker pijn aan een pijler geven terwijl de basis rustig ligt. Noteer daarom klacht, beweging en belastingsmoment afzonderlijk: in rust, dichtbijten, zijwaarts bewegen, kauwen, spreken of uitnemen.

Vraag wie tijdens de eerste vier maanden contactpersoon is wanneer tandarts, tandprotheticus en laboratorium verschillende onderdelen uitvoeren. De patiënt hoort niet zelf te bepalen of een klacht technisch, klinisch of laboratoriumgerelateerd is; één regiehouder organiseert beoordeling en koppelt een eventuele techniekorder terug aan dezelfde prothese-identiteit.

Vier maanden gewone prothetische nazorg zitten in P001-P004

De NZa-hoofdprestaties voor een nieuwe gedeeltelijke plaat- of frameprothese lopen van de eerste consultatie tot en met plaatsing en bevatten vier maanden prothetische nazorg. Daaronder vallen controle van de pasvorm, aanpassen, drukplaatsen verhelpen en zo nodig tissue conditioning of opvullen, ongeacht het aantal daarvoor noodzakelijke zittingen.

Dat betekent dat een vroege drukplek niet automatisch P061, P064, P065 of een vrije `controlekosten`-regel oplevert. Maak voor ieder contact een nazorglogboek met plaatsingsdatum, klacht, bevinding, correctie, materiaal, resultaat en vervolg. De datum van betalen, afdrukken of laboratoriumopdracht start de vier maanden niet; de plaatsingsdatum is het relevante scharnierpunt.

Inbegrepen nazorg is geen belofte dat ieder ongemak verdwijnt of dat iedere nieuwe aandoening gratis wordt behandeld. Een nieuwe cariëslaesie, tandvleesprobleem, trauma of andere zelfstandige zorg kan een eigen route hebben. De aanbieder moet wel uitleggen waarom een factuurregel buiten de inbegrepen pasvorm- en drukplekzorg valt en welke nieuwe diagnose of prestatie werkelijk is uitgevoerd.

Immediaatprothese heeft een specifieke vroege uitzondering

Bij een immediaatprothese kan genezing na extracties de pasvorm snel veranderen. Daarom kunnen P060-P067 binnen vier maanden onder de officiële uitzondering afzonderlijk worden gedeclareerd. Deze uitzondering volgt niet alleen uit het woord `nieuw`, `tijdelijk` of `los`; leg vast welke elementen onmiddellijk na extractie zijn vervangen, wat de weefselverandering is en welke aanpassing of opvulling werkelijk plaatsvindt.

P045 blijft de toeslag per werkelijk immediaat vervangen element, met maximaal acht per kaak. Extracties en later opvullen zitten niet in P045. Een gewone plaat- of frameprothese zonder deze immediaatroute krijgt niet via een algemene genezingsclaim dezelfde uitzondering.

Ook bij immediaatwerk wordt niet iedere mogelijke P060-P067-regel vooraf als vast pakket gefactureerd. De begroting toont een voorwaardelijk nazorgscenario met mogelijke werkwijze, honorarium, techniek en moment; de eindnota volgt de feitelijk uitgevoerde zorg.

Drukplek, losse pasvorm, beetprobleem en breuk zijn andere diagnoses

Een drukplek is een lokale weefselklacht die kan passen bij een rand, steunpunt of belastingsgebied. Loszitten of kantelen kan samenhangen met pasvorm, steun, retentie, beet, veranderend slijmvlies of ontwerp. Een te hoog contact kan de prothese bij dichtbijten wegduwen. Een gebroken basis, kunsttand, anker of frame is een constructie-incident. Het patiëntwoord `past niet` bepaalt dus geen P-code.

Laat de behandelaar vóór correctie mondslijmvlies, resterende tanden, pijlers, ankers, basis, frame, beet en beweging beoordelen. Registreer waar de klacht zit en welk onderdeel wordt aangepast. Een lokale randcorrectie tijdens inbegrepen nazorg is iets anders dan een directe rebase P065, een indirecte rebase P064, reparatie P070 of uitbreiding P071/P072.

Na de inbegrepen periode blijft de huidige toestand beslissend. P061 is een tijdelijke weekblijvende laag; P064 gebruikt een afdruk en laboratoriumroute voor indirect opvullen; P065 wordt direct met kunsthars in de mond uitgevoerd. Geen van deze prestaties volgt automatisch uit het verstrijken van vier maanden of een kalenderinterval.

Vroege breuk vraagt eerst een oorzaak, geen schuldlabel

P068-P071 mogen binnen vier maanden na gewone plaatsing alleen afzonderlijk worden gebruikt wanneer onzorgvuldig gebruik de grond is. Een breuk of losgekomen tand bewijst die oorzaak niet vanzelf. Onderzoek val, verkeerd reinigen of bewaren, beetbelasting, onvoldoende ruimte, materiaal, fabricage, pasvorm, ontwerp en eventuele verandering van het restgebit.

Koppel de conclusie aan bewijs: datum, foto's, breukvlak, onderdeel, patiëntverklaring, ontwerp- en plaatsingsbaseline en laboratoriumbevinding. `Eigen schuld` of `gevallen` zonder verdere reconstructie maakt honorarium en techniek niet controleerbaar. Bij een fabricage- of pasvormprobleem horen professionele verantwoordelijkheid en praktijkvoorwaarden naast de tariefvraag te worden beoordeeld.

Een laboratoriumrekening is evenmin automatisch voor de patiënt. Vraag welke techniekhandeling nodig was, wie opdrachtgever is, welke nettokosten bij de stercode horen en waarom die kosten binnen of buiten de hoofdprestatie of nazorg vallen.

Maak een gewenning- en nazorgdagboek dat tot een besluit leidt

Noteer per dag alleen beslisrelevante signalen: draagtijd volgens instructie, plaats en moment van pijn, zichtbare wond, loskomen of kantelen, voedsel onder de basis, spreken, kauwen, in- en uitnemen en gebruikte tijdelijke maatregel. Een dagboek is geen opdracht om pijn uit te zitten; bij verergering of onveilig gebruik neem je contact op.

Bij iedere afspraak vergelijkt de behandelaar de klacht met de acceptatiebaseline en markeert de uitkomst: gewenning met instructie, lokale inbegrepen correctie, andere pasvormzorg, immediaatuitzondering, zelfstandig nieuw mondprobleem, reparatie na vastgestelde oorzaak, uitbreiding of nieuw ontwerp. Leg vast wanneer en waarop opnieuw wordt gecontroleerd.

Zo wordt `wennen` geen onbeperkte afwachttermijn en `nazorg inbegrepen` geen vage belofte. De route eindigt met een aantoonbare status: comfortabel en functioneel binnen de afgesproken grenzen, nog in controle, aangepast met resultaat, tijdelijk niet draagbaar of overgegaan naar een nieuw behandelplan.

Gewenning- en nazorgcontrole: vragen 93 tot en met 112

93. Wat is de exacte plaatsingsdatum en wanneer eindigt de viermaandenperiode? 94. Welke prothese-identiteit, kaak en P001-P004-code horen bij de klacht? 95. Waar ligt de klacht: slijmvlies, pijler, anker, basis, frame, kunsttand of beet? 96. Treedt pijn op in rust, bij kauwen, spreken, dichtbijten of uitnemen? 97. Is er een zichtbare drukplek, wond, zwelling of bloeding? 98. Beweegt de prothese, en zo ja bij welke richting of belasting? 99. Hoe waren pasvorm, beet, retentie en stabiliteit op de plaatsingsdag? 100. Welke individuele draag- en contactinstructie is gegeven? 101. Valt de handeling onder gewone vier maanden inbegrepen nazorg? 102. Is sprake van een aantoonbare immediaatprothese en welke P045-elementen horen daarbij? 103. Welke weefselverandering onderbouwt een eventuele vroege P060-P067-route? 104. Gaat het om lokale correctie, conditioning, direct of indirect opvullen? 105. Is een breuk-, anker- of kunsttandprobleem apart geclassificeerd? 106. Is onzorgvuldig gebruik concreet onderzocht voordat P068-P071 wordt overwogen? 107. Welke laboratoriumhandeling en nettotechniek zijn werkelijk uitgevoerd? 108. Betreft de klacht een zelfstandig nieuw mondprobleem buiten pasvormnazorg? 109. Wie voert regie wanneer tandarts, tandprotheticus en laboratorium betrokken zijn? 110. Welke correctie is uitgevoerd en wat was het directe resultaat? 111. Wanneer volgt herbeoordeling en welke verandering vraagt eerder contact? 112. Is de eindstatus gewenning, opgelost, in controle, tijdelijk onbruikbaar of nieuw plan?

Tandarts of tandprotheticus voor een plaat- of frameprothese: leg verwijzing, regie en rekening vooraf vast

Wie nog eigen tanden, kiezen, wortels, kronen of andere steunelementen heeft, koopt niet alleen een los laboratoriumproduct. Een gedeeltelijke plaat- of frameprothese moet aansluiten op het restgebit, de pijlerprognose, de beet en eventuele voorbehandeling. Daarom is de vraag ‘tandarts of tandprotheticus?’ voor deze pagina ook een vraag naar diagnose, wettelijke verwijzing, taakverdeling, offerte en nazorg.

Beschermd beroep is niet hetzelfde als BIG-registratie

De KNMT beschrijft tandprotheticus als een wettelijk erkend en beschermd beroep onder de Wet BIG, maar zonder individuele BIG-registratie. Zoek daarom niet vergeefs naar een persoonlijk BIG-nummer als enig bewijs. Vraag naar de naam van de behandelaar, de beschermde titel, praktijkgegevens, beroeps- of kwaliteitsregistratie waar die wordt genoemd, klachtenregeling en de concrete rol in uw traject.

Een praktijknaam met ‘prothese’, een laboratoriumlogo of technische ervaring bewijst op zichzelf niet wie het mondonderzoek, de indicatie, de klinische handelingen en de eindverantwoordelijkheid uitvoert. Leg per afspraak vast of u een tandarts, tandprotheticus, tandtechnicus of andere medewerker ziet.

Zonder eigen steunelementen kan de tandprotheticus zelfstandig behandelen

Volgens het wettelijke deskundigheidsgebied kan een tandprotheticus een volledige gebitsprothese zelfstandig aanmeten, vervaardigen, passen en aanbrengen wanneer de kaak na extractie is hersteld en zich daar geen gebitselementen of andere elementen bevinden die de prothese steunen. De KNMT vat dit patiëntgericht samen: zonder eigen tanden of kiezen kan de tandprotheticus zelfstandig behandelen.

Dat maakt een eerste gesprek niet automatisch een garantie dat ieder vervolg zonder tandarts of implantoloog kan. Pijn, slijmvliesafwijking, een nog aanwezige wortel, implantaat, complexe medische situatie of noodzaak tot tandheelkundige behandeling kan overleg of verwijzing vragen. Deze pagina gaat bovendien over gedeeltelijke prothesen, waarbij juist steunelementen aanwezig zijn.

Bij resterende tanden, kiezen of andere steun is schriftelijke verwijzing nodig

Artikel 4 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied tandprotheticus bepaalt dat de tandprotheticus een prothese bij aanwezige gebitselementen of andere steunelementen op verwijzing van de betrokken tandarts vervaardigt en plaatst. De verwijzing moet schriftelijk, gedateerd en ondertekend zijn en ten minste de relevante diagnostische gegevens bevatten.

Voor een plaat- of frameprothese is ‘u kunt gewoon rechtstreeks komen’ daarom geen vervanging voor de formele route zodra tanden, kiezen, wortels, kronen, implantaten of andere elementen steun geven. U kunt wel zelf contact opnemen voor uitleg of planning, maar laat vóór klinische uitvoering vastleggen welke tandarts de diagnose, indicatie en schriftelijke opdracht levert.

De verwijsbrief is een klinische opdracht, geen administratief vinkje

Een bruikbare verwijsbrief vermeldt patiënt en datum, diagnose en indicatie, betrokken kaak, resterende en te vervangen elementen, prognose van pijlers, gewenste aard van de voorziening, relevante beelden of documentatie, medische aandachtspunten, voorbehandeling en afspraken over terugrapportage. Een regel ‘graag frame maken’ is onvoldoende om ontwerp- en risicobesluiten controleerbaar te maken.

De tandarts stelt volgens de KNMT-praktijkrichtlijn diagnose en indicatie en geeft relevante informatie en aanwijzingen. De tandprotheticus heeft een eigen professionele verantwoordelijkheid, vraagt ontbrekende informatie op en neemt bij twijfel over juistheid of volledigheid contact op met de tandarts. De verwijzing ontslaat geen van beiden van zorgvuldig handelen.

Kies één regiekaart voor een traject met twee aanbieders

Schrijf vóór de eerste afdruk op wie verantwoordelijk is voor: onderzoek van tanden en tandvlees, cariës- en parodontale beoordeling, eventuele foto’s, extracties of restauraties, ontwerpkeuze, laboratoriumopdracht, afdrukken, beet, passen, plaatsing, vier maanden inbegrepen prothetische nazorg, periodieke controle van het restgebit en handelen bij breuk of drukplek.

Zonder deze regiekaart kan een klacht tussen twee praktijken blijven liggen. ‘De techniek is van de tandprotheticus’ en ‘de tanden zijn van de tandarts’ zegt nog niet wie belt, beoordeelt, corrigeert en betaalt wanneer een anker niet past, een pijler verslechtert of het ontwerp tijdens productie wijzigt.

Vergelijk één gezamenlijke consumentenbegroting

Vraag niet alleen wat de prothesepraktijk rekent. Maak één begrotingsketen met ten minste vier kolommen: tandartsdiagnostiek en voorbehandeling, tandprothetisch honorarium P001-P004 en toegestane toeslagen, specifiek toerekenbare materiaal- en techniekkosten en later onderhoud of mogelijke vervolgscenario’s. Vermeld per regel aanbieder, code, kaak, datum of fase en betaalontvanger.

De verwijzende tandarts kan kosten maken voor werkelijk uitgevoerd onderzoek en voorbehandeling; de tandprotheticus informeert volgens de praktijkrichtlijn over de exacte kosten van de tandprothetische behandeling. Dit rechtvaardigt geen dubbele eerste consultatie, dubbele hoofdprestatie of vrij ‘coördinatiebedrag’. Iedere regel moet een eigen geleverde prestatie hebben.

Controleer contractering per aanbieder en per polisroute

Een verwijzing bewijst niet dat een zorgverzekeraar alles vergoedt. Voor een gewone gedeeltelijke plaat- of frameprothese bij volwassenen geldt doorgaans niet de basispakketroute van het volledige kunstgebit. Een aanvullende polis kan beperkingen hebben voor zorgsoort, code, techniek, jaarmaximum en gecontracteerde aanbieder.

Vraag daarom schriftelijk of zowel tandarts als tandprotheticus gecontracteerd moeten zijn, wie de techniek declareert, of een verwijsbrief een polisvoorwaarde is naast de wettelijke taakverdeling en welk bedrag na andere mondzorg resteert. Een behandeling die professioneel mag worden uitgevoerd is niet automatisch verzekerd; een verzekeraarsvergoeding bewijst omgekeerd niet dat taakverdeling of factuur inhoudelijk klopt.

Laat wijzigingen terug naar diagnose en opdracht lopen

Verliest een pijler prognose, blijkt een extra extractie nodig, verandert de elementcategorie of past het ontworpen frame niet, pauzeer dan vóór onomkeerbaar laboratoriumwerk. De tandprotheticus rapporteert de bevinding, de tandarts herbeoordeelt diagnose en indicatie waar nodig en de patiënt ontvangt een aangepaste opdracht, begroting en verzekeringsraming.

Een mondeling telefoontje zonder versie, datum en kostenimpact maakt later niet duidelijk wie het gewijzigde ontwerp heeft besloten. Bewaar oorspronkelijke verwijzing, aanvullingen, ontwerptekening, laborder, akkoord en credit voor vervallen techniek bij elkaar.

Plaatsing is niet het einde van de verwijsroute

Na behandeling rapporteert de tandprotheticus volgens de KNMT-praktijkrichtlijn schriftelijk aan de verwijzende tandarts. De rapportage bevat de werkelijk geplaatste voorziening, kaak en vervangen elementen, materiaal en ontwerp, plaatsingsdatum, relevante bevindingen, nazorgafspraken en aandachtspunten voor resterende tanden of steunelementen.

Spreek af wie de vier maanden inbegrepen prothetische nazorg levert en wie het restgebit controleert. Een drukplek of pasvormaanpassing kan prothetische nazorg zijn; cariës, mobiliteit of tandvleesproblematiek van een pijler vraagt tandheelkundige beoordeling. De patiënt hoort niet zelf te hoeven raden naar welke praktijk een klacht behoort.

Klacht en herstel volgen de werkelijk betrokken partij

Bij een probleem wordt eerst vastgelegd of het gaat om diagnose/voorbehandeling, ontwerp, vervaardiging, materiaal, plaatsing, inbegrepen nazorg, schade door gebruik of verandering van het restgebit. Dien de concrete vraag in bij de zorgverlener die die fase uitvoerde en informeer de andere betrokken behandelaar wanneer samenwerking of patiëntveiligheid dat vraagt.

Een verwijzing maakt de tandarts niet automatisch aansprakelijk voor iedere technische fout en maakt de tandprotheticus niet verantwoordelijk voor iedere aandoening van een pijler. Andersom mogen aanbieders de patiënt niet zonder inhoudelijke overdracht heen en weer sturen. Vraag een gezamenlijk feitenoverzicht, herstelvoorstel, kostenverdeling en zo nodig de toepasselijke klachtenfunctionaris of geschillenroute.

Verwijzings- en regiecontrole: vragen 75 tot en met 92

75. Zijn in de betrokken kaak nog tanden, kiezen, wortels, implantaten of andere steunelementen aanwezig? 76. Wie stelt de diagnose en indicatie voor de gedeeltelijke prothese? 77. Is de tandprotheticus als behandelaar bij naam en beschermde titel geïdentificeerd? 78. Wordt de afwezigheid van een persoonlijk BIG-nummer niet ten onrechte als bewijs tegen de beschermde beroepstitel gebruikt? 79. Is vóór uitvoering een schriftelijke, gedateerde en ondertekende tandartsverwijzing aanwezig? 80. Bevat de verwijzing relevante diagnostiek, kaak, elementen, prognose, opdracht en documentatie? 81. Wie onderzoekt en behandelt resterende tanden, tandvlees en eventuele pijlers? 82. Wie beslist over plaat, frame, ankers, steunen, koppelingen en uitbreidbaarheid? 83. Wie geeft de laboratoriumopdracht en keurt wijzigingen goed? 84. Zijn tandarts-, tandprotheticus- en techniekkosten in één consumentenbegroting samengebracht? 85. Heeft iedere aanbieder alleen eigen werkelijk geleverde prestaties begroot? 86. Zijn contractering, aanvullende dekking, techniek en jaarmaximum per aanbieder gecontroleerd? 87. Keert een klinische of technische wijziging aantoonbaar terug naar diagnose, opdracht en nieuw akkoord? 88. Is vervallen of gewijzigd laboratoriumwerk gespecificeerd en financieel verrekend? 89. Rapporteert de tandprotheticus na plaatsing terug aan de verwijzende tandarts? 90. Is duidelijk wie vier maanden prothetische nazorg en wie controle van het restgebit uitvoert? 91. Wordt een klacht eerst aan diagnose, ontwerp, techniek, plaatsing, nazorg of pijlerverandering gekoppeld? 92. Bestaan een gezamenlijke overdracht, herstelvoorstel en kostenverdeling als twee aanbieders betrokken zijn?

Prothese en Wlz-opname: bepaal eerst welke zorgroute werkelijk geldt

Een Wlz-indicatie maakt een gedeeltelijke prothese niet automatisch gratis en een verhuizing naar een zorglocatie bewijst niet dat mondzorg onder de Wlz valt. Zorginstituut Nederland maakt een scherp onderscheid: de aanvullende tandheelkundige zorg geldt wanneer iemand in een Wlz-instelling verblijft én behandeling krijgt van of namens dezelfde instelling. De feitelijke leveringssituatie is beslissend, niet alleen het indicatiebesluit, de naam van de woonlocatie of de aanwezigheid van een behandelkamer.

Maak bij opname of verandering van leveringsvorm een Wlz-mondzorgroutekaart. Leg vast: instelling, ingangsdatum verblijf, wie Wlz-behandeling levert, leveringsvorm, verantwoordelijke zorgcoördinator, gecontracteerde mondzorgverlener, bestaande tandarts of tandprotheticus, zorgkantoor, toestemming of machtiging, lopend prothesetraject, eigendom en identiteit van de voorziening, en openstaande begrotingen. Laat de instelling of het zorgkantoor schriftelijk bevestigen welke route geldt wanneer daar twijfel over bestaat.

Verblijf met behandeling is iets anders dan alleen wonen

Zorginstituut noemt expliciet groepen zonder deze aanvullende Wlz-aanspraak: cliënten die wel verblijven maar geen behandeling krijgen, cliënten die behandeling van een andere instelling krijgen, en cliënten met bijvoorbeeld volledig pakket thuis, modulair pakket thuis, pgb, een combinatie daarvan of deeltijdverblijf. Voor hen kan mondzorg via de gewone Zvw-, aanvullende-verzekerings- of eigenbetalingsroute lopen. De precieze dekking blijft individueel controleerbaar.

Vraag daarom niet alleen ‘heeft u Wlz?’, maar: waar woont de cliënt, wie levert de behandeling, vanaf welke datum, onder welke leveringsvorm en wie heeft de mondzorgopdracht? Een receptie-uitspraak, familie-aanname of oud verzekeringspasje vervangt die verificatie niet. Start geen nieuw frame- of plaatprothesetraject op basis van een onbevestigde betaalroute.

De instelling organiseert tandheelkundige zorg en dagelijkse mondzorg

Bij verblijf én behandeling door dezelfde instelling heeft de cliënt volgens Zorginstituut recht op zorg voor het (kunst)gebit. De instelling huurt daarvoor een tandarts, mondhygiënist of tandprotheticus in en regelt zo nodig vervoer. De instelling organiseert ook dagelijkse mondzorg als onderdeel van persoonlijke verzorging. Dat maakt professionele prothesezorg en dagelijkse verzorging twee verschillende verantwoordelijkheden.

Dagelijks uitnemen, reinigen, veilig bewaren, controleren op naam en helpen terugplaatsen is geen automatisch tandheelkundig P-traject. Andersom vervangt dagelijkse verzorging geen professionele beoordeling bij breuk, drukplek, slechte pasvorm, pijn, verlies van een element of verandering van het restgebit. Leg vast wie dagelijks ondersteunt, wie afwijkingen signaleert, wie contact opneemt en welke voorziening bij welke kaak en cliënt hoort.

U25 en U35 zijn Wlz-tijdtarieven met combinatiegrenzen

De NZa kent in 2026 U25 van €18,15 per werkbare vijf minuten voor tandheelkundige hulp binnen de muren van de Wlz-instelling. U35 bedraagt €20,94 per vijf minuten direct patiëntgebonden tijd wanneer de cliënt in de Wlz-instelling verblijft maar in de eigen praktijk van de zorgaanbieder wordt behandeld. Deze codes horen alleen bij tandheelkundige zorg zoals omschreven bij of krachtens de Wlz voor de passende cliëntsituatie.

Bij U25 telt totale patiëntgebonden werkbare tijd, maar transfer—halen en brengen naar de behandelkamer—en dagelijkse mondverzorging zijn niet via U25 declarabel. Ook bij U35 is dagelijkse mondverzorging uitgesloten. De NZa beperkt daarnaast welke andere prestaties naast U25 of U35 voor dezelfde Wlz-behandeling mogen worden gedeclareerd. Zet daarom niet automatisch P001-P004, P041 of reparatiecodes naast dezelfde U-tijd alsof beide honorariumroutes onbeperkt stapelbaar zijn.

Een begroting of declaratie moet laten zien of de zorg via gewone P-prestaties, via het toepasselijke U-tijdtarief of via een andere geldige route loopt, wie de ontvanger van de declaratie is en welke techniek- of materiaalkosten afzonderlijk zijn toegestaan. De familie hoeft niet uit een U25-regel zelf af te leiden hoeveel hoofdprothesecodes ‘erin zitten’; vraag om een begrijpelijke zorg- en kostenverklaring.

Voorafgaande toestemming kan nodig zijn

Zorginstituut vermeldt dat voor bepaalde tandheelkundige ingrepen vooraf toestemming van het zorgkantoor nodig is, bijvoorbeeld voor een beugel, kroon of brug. Een gedeeltelijke prothese, wortelkap, koppeling of gecombineerd behandelplan kan andere voorwaarden hebben. Trek daarom geen algemene machtigingsregel uit één voorbeeld. Laat instelling of behandelaar per voorgenomen traject controleren of toestemming, aanvraagstukken of een gecontracteerde route vereist zijn.

Het machtigingsdossier bevat minimaal hulpvraag, mondstatus, element- en kaakplan, gekozen voorziening, alternatieven, prognose van pijlers/restgebit, techniekbegroting, behandelaren, uitvoeringslocatie, gewenste startdatum en besluit van het zorgkantoor. Een ingediende aanvraag is nog geen goedkeuring en een medische indicatie is nog geen betaalbevestiging. Leg vast wat gebeurt bij afwijzing, aanvullende vragen, uitstel of wijziging na een extractie.

Lopend werk rond opname of verhuizing krijgt een overdrachtspoort

Bij opname kunnen afdruk, ontwerp, frame, proefopstelling of techniekwerk al zijn gestart. Maak dan een fase-inventaris: wat is diagnostiek, wat is vervaardigd, welk materiaal is besteld, wat is gepast, wat is betaald, wie bezit het tussenproduct en welke afspraak is al gemaakt? Voorkom dat twee aanbieders tegelijk een hoofdvoorziening vervaardigen of dat gereserveerde techniek als gebruikte techniek wordt gefactureerd zonder overdracht.

Zorginstituut vermeldt bovendien dat iemand die elders gaat wonen nog negen weken recht kan hebben op tandheelkundige hulp waarmee vóór de verhuizing al was begonnen, bijvoorbeeld levering van een reeds besteld kunstgebit. Pas dit niet blind toe op ieder toekomstplan: documenteer begindatum, concrete reeds aangevangen zorg, verhuisdatum, beoogde levering, uitvoerder en bevestiging van de verantwoordelijke Wlz-partij. Nieuwe zorg na verhuizing krijgt een nieuwe routecontrole.

Bestaande prothese blijft een identificeerbaar persoonsgebonden hulpmiddel

Bij opname wordt de bestaande plaat- of frameprothese niet automatisch eigendom van de instelling en ontstaat niet vanzelf recht op vervanging. Noteer kaak, type, materiaal, kunsttanden, framekenmerken, naammarkering, pasvormbaseline, bekende reparaties, opbergdoos en overdrachtsdatum. Maak alleen met toestemming passende foto's of identificatiegegevens en beperk deze tot het zorgdoel.

Bij verlies wordt eerst de feitelijke keten gereconstrueerd: wanneer voor het laatst gedragen, wie hielp, waar bewaard, was de prothese gelabeld, is wasgoed of afval gecontroleerd, welke incidentmelding bestaat en wat is de tijdelijke functionele behoefte? Schade, verlies, slijtage, veranderd restgebit en medische noodzaak zijn verschillende gronden. Een nieuwe P001-P004-route, reparatie, uitbreiding of tijdelijke voorziening volgt pas na beoordeling en kostenbesluit.

Familie, instelling en behandelaar houden één kostenlogboek bij

Werk met één dossierregel per gebeurtenis: datum, locatie, voorziening, bevinding, beslissing, uitvoerder, prestatiegrond, techniekorder, machtigingsstatus, betaler en vervolg. Zo worden een private factuur, declaratie aan zorgkantoor, aanvullende verzekeringsclaim en eigen betaling niet dubbel verwerkt. Laat creditnota's en afgewezen declaraties eveneens terugkomen.

Wanneer familie een bedrag voorschiet, noteer dan aan wie, waarvoor en onder welke terugbetalingsafspraak. Een pinbetaling aan een externe praktijk bewijst niet dat Wlz-vergoeding uitgesloten is, maar evenmin dat restitutie volgt. Eerst moet de geldige zorg- en contractroute worden vastgesteld.

Wlz- en prothesecontrole: vragen 57 tot en met 74

57. Verblijft de cliënt daadwerkelijk in een Wlz-instelling? 58. Levert of organiseert diezelfde instelling ook de Wlz-behandeling? 59. Welke leveringsvorm en ingangsdatum zijn schriftelijk bevestigd? 60. Wie is binnen de instelling verantwoordelijk voor coördinatie van mondzorg? 61. Welke tandarts, mondhygiënist of tandprotheticus voert de professionele zorg uit? 62. Is dagelijkse mondverzorging gescheiden van professionele tandheelkundige prestaties? 63. Wordt U25 alleen gebruikt voor passende zorg binnen de Wlz-instelling? 64. Wordt U35 alleen gebruikt voor passende zorg in de eigen praktijk van de aanbieder? 65. Zijn transfer en dagelijkse verzorging buiten de U25/U35-declaratie gehouden? 66. Zijn combinatiegrenzen tussen U-tijd en andere prestaties gecontroleerd? 67. Is per behandeling nagegaan of voorafgaande toestemming nodig is? 68. Zijn aanvraag, goedkeuring, voorwaarden en geldigheidsduur afzonderlijk vastgelegd? 69. Is bij opname of verhuizing de exacte productiefase van lopend prothesewerk bepaald? 70. Is een eventuele negenwekentermijn alleen op aantoonbaar reeds begonnen zorg toegepast? 71. Heeft de bestaande prothese een herkenbare identiteit, baseline en overdrachtsdatum? 72. Wordt verlies eerst onderzocht voordat vervanging of reparatie wordt besteld? 73. Scheidt het kostenlogboek zorgkantoor, verzekeraar, instelling en eigen betaling? 74. Sluiten voorziening, uitgevoerde fase, techniek, machtiging en eindafrekening op elkaar aan?

Prothese tijdelijk uit gebruik, kwijt of in reparatie: organiseer continuïteit vóór de noodsituatie

Een partiële plaat- of frameprothese kan tijdelijk niet beschikbaar zijn door pijn, ziekte, een opname, verlies, breuk, aanpassing of laboratoriumreparatie. Dat is niet alleen een technisch probleem. Kauwen, spreken, uiterlijk, medicatie innemen, zelfzorg en deelname aan werk of sociale activiteiten kunnen anders worden beïnvloed. Maak daarom een continuïteitskaart die vóór een incident vastlegt welke voorziening het is, wat zonder die voorziening nog veilig en haalbaar is en wie bij uitval wordt gebeld. Deze kaart voorspelt geen behandeling en vervangt geen individuele beoordeling.

Geef iedere voorziening een herkenbare identiteit

Registreer boven- of onderkaak, plaat of frame, vervangen elementen, materiaal, ankers of koppelingen, plaatsingsdatum, praktijk, laboratorium en actuele ontwerpversie. Voeg waar passend een foto van de voorziening buiten de mond en een ontwerp- of elementdiagram toe. Noteer herkenbare kenmerken zonder medische persoonsgegevens onnodig op een zichtbaar bewaardoosje te zetten.

Een losse omschrijving als ‘mijn plaatje’ is bij overdracht of gevonden voorwerpen vaak onvoldoende. De identiteit moet aansluiten op de techniekorder, plaatsingsbaseline, reparatiehistorie en nota. Zo kan een aanbieder beoordelen welk werkstuk wordt aangeboden zonder op kleur of vorm alleen te vertrouwen.

Leg vast waarom de prothese tijdelijk niet wordt gedragen

Scheid vrijwillig uitnemen voor de afgesproken rust- en reinigingsroutine van niet kunnen dragen door druk, wond, breuk, vervorming, los anker, ziekte, ingreep of een nieuwe mondverandering. Noteer wanneer het probleem begon, welke kaak of welk onderdeel betrokken is en of de voorziening nog heel is.

Aanhoudende pijn, een wond, zwelling, slik- of ademhalingsproblemen of een ingeslikt of ingeademd onderdeel vragen passende klinische beoordeling; eerst zelf vijlen, buigen of lijmen kan het schadebeeld en de herstelbaarheid veranderen. Een kostengids stelt geen diagnose en geeft geen universele termijn waarbinnen opnieuw dragen veilig is.

Bewaren en reinigen blijft onderdeel van schadepreventie

De KNMT-patiëntinformatie adviseert een uitgenomen prothese volgens de passende reinigingsinstructie te bewaren en bij schoonmaken boven water of een gevulde wasbak te werken om valschade te beperken. Volg het materiaal- en productspecifieke advies van de behandelaar: een metalen frame, kunstharsbasis, zachte voering en koppelingen kunnen niet zonder beoordeling als hetzelfde materiaal worden behandeld.

Gebruik een gesloten, herkenbaar doosje dat ventilatie, vocht of reinigingsmiddel ondersteunt zoals voor de concrete voorziening is afgesproken. Noteer wie in een zorgomgeving verantwoordelijk is voor uitnemen, reinigen, terugplaatsen en bewaren. Een gekocht doosje of reinigingsproduct is geen tweede P001-P004-hoofdprestatie en wordt op een begroting apart van professionele zorg gehouden.

Maak bij opname of afhankelijkheid een overdrachtskaart

Bij ziekenhuisopname, tijdelijke zorg, revalidatie of hulp door naasten gaat een compacte overdracht mee: identiteit van de prothese, draag- en reinigingsafspraak, inzet- en uitneemwijze, kwetsbare ankers, bekende drukplekken, bewaarlocatie en contactgegevens van de mondzorgaanbieder. Registreer ieder uitneem- en teruggavemoment wanneer meerdere personen de voorziening hanteren.

De overdrachtskaart is geen toestemming om een pijnlijke of beschadigde voorziening zonder beoordeling terug te plaatsen. Zij voorkomt vooral dat een werkstuk in servet, beddengoed, maaltijdblad of een onherkenbaar bakje verdwijnt en maakt duidelijk wanneer de mondzorgpraktijk moet worden geraadpleegd.

Verlies begint met feiten, niet direct met een nieuwe hoofdcode

Leg laatste zekere gebruiksmoment, locatie, bewaarmethode, betrokken zorgorganisatie en reeds uitgevoerde zoekactie vast. Controleer of de voorziening werkelijk weg is, bij het laboratorium of de praktijk verblijft, voor reiniging is uitgenomen of met persoonlijke spullen is verplaatst. Meld verlies volgens de afspraken van de betrokken organisatie en vraag om een schriftelijke incidentregistratie wanneer een derde de voorziening beheerde.

Een verloren prothese kan niet automatisch met P070 of P071 worden gerepareerd: er is dan mogelijk geen bestaand werkstuk om te herstellen. Evenmin bewijst verlies zonder meer dat dezelfde P001-P004-route, hetzelfde ontwerp of dezelfde elementtelling opnieuw passend is. De actuele mondsituatie, restgebitkaart en vervaardigingsbehoefte worden opnieuw beoordeeld.

Breuk krijgt een compleet onderdelenregister

Bewaar alle gevonden delen zonder ze zelf passend te lijmen of metaal terug te buigen. Noteer of een kunsttand, basis, klammer, steun, connector, koppeling of combinatie is beschadigd en of een fragment ontbreekt. Registreer ook val, kauwmoment, eerdere scheur, recente aanpassing en pasvorm vóór het incident zonder op voorhand schuld toe te wijzen.

De herstelkeuze volgt pas na controle van constructie, beet, pasvorm, restgebit en weefsel. P070 betreft passend herstel zonder afdruk; P071 kan reparatie of uitbreiding met afdruk betreffen. Een nieuw vervaardigingstraject blijft een andere beslissing. Binnen vier maanden wordt bovendien eerst de inbegrepen nazorg en de formele grens voor onzorgvuldig gebruik getoetst.

Begroot de periode zonder voorziening als afzonderlijk scenario

Vraag vóór afgifte voor laboratoriumwerk om verwachte vertrek- en retourstatus, betrokken kaak, uit te voeren handeling, techniekbedrag, controle na terugkomst en wat gebeurt als herstel technisch niet haalbaar blijkt. Bespreek functionele gevolgen tijdens de afwezigheid en welke tijdelijke maatregel klinisch passend kan zijn; een leen-, nood- of reservevoorziening is geen automatisch inbegrepen product.

Vergelijk drie financiële scenario’s: herstel zoals verwacht, uitbreiding van het herstel na onderzoek en stoppen met herstel gevolgd door een nieuwe keuze. Toon per scenario honorarium, techniek, diagnostiek, tijdelijke oplossing, vervoer of persoonlijke randkosten en reeds betaalde bedragen. Factureer een maximumscenario niet alsof alle onderdelen zeker zijn uitgevoerd.

Een reservevoorziening krijgt een eigen indicatie en order

Een reserveprothese is een afzonderlijk werkstuk met eigen ontwerp, vervaardiging, pasvormcontrole, instructie en kosten. Bespreek waarom continuïteit belangrijk is, hoe vaak en hoe lang reparaties waarschijnlijk afwezigheid geven en of de actuele mondsituatie een reserve technisch zinvol maakt. Verzekeringsdekking wordt voor de concrete gedeeltelijke voorziening en polis schriftelijk gecontroleerd; de basisverzekeringsregels voor een volledig kunstgebit worden niet automatisch op een partiële plaat of frame toegepast.

Bewaar hoofd- en reservevoorziening als twee identiteiten. Aanpassingen aan het hoofdwerkstuk veranderen de reserve niet vanzelf mee. Controleer vóór gebruik na lange opslag of actuele tanden, slijmvlies, beet, ankers en pasvorm nog aansluiten; een oude reserve wordt niet alleen door beschikbaarheid een veilige definitieve vervanging.

Terugplaatsing na reparatie is een nieuwe controlepoort

Koppel bij retour laboratoriumopdracht, werkelijk uitgevoerde techniek, gebruikte onderdelen en eindbedrag aan dezelfde voorzieningsidentiteit. Controleer pasvorm, steun, retentie, randen, ankers, beet, spreken, comfort, reinigbaarheid en inzet/uitname voor zover relevant. Leg vast wat behouden, vervangen, toegevoegd of vervormd is en welke vervolgactie geldt.

Een gerepareerde breuk kan een onderliggende slechte pasvorm, gewijzigde beet of verslechterde pijler ongemoeid laten. Daarom bewijst een technisch gesloten scheur niet dat de oorzaak of functie is hersteld. Andersom rechtvaardigt een controle na terugkomst niet automatisch een nieuwe volledige hoofdprestatie.

Reconcileer incident, techniek en betaling

Maak één tijdlijn van laatste goede gebruik, incident, tijdelijke uitname, zoek- of triageactie, praktijkonderzoek, laboratoriumoverdracht, herstelbesluit, retour, controle en betaling. Koppel iedere regel aan kaak, voorziening, onderdeel, afdruk ja/nee, techniek en uitvoerder. Laat bij niet-gelukt herstel zien welke techniek wel is gebruikt, welke onderdelen herbruikbaar zijn en hoe voorschot of credit wordt verwerkt.

Vergelijk bij schade door een derde professionele zorgkosten, eventuele aansprakelijkheids- of organisatieprocedure en verzekeringsvergoeding als gescheiden stromen. Een vergoedingsbesluit bewijst niet welke P-code inhoudelijk past; een correcte code garandeert evenmin vergoeding.

Continuïteitscontrole: vragen 41 tot en met 56

41. Heeft iedere hoofd- en reservevoorziening een eigen herkenbare identiteit? 42. Staan kaak, vervangen elementen, ontwerpversie en plaatsingsdatum vast? 43. Is duidelijk waarom de prothese tijdelijk niet wordt gedragen? 44. Zijn pijn, wond, breuk, verlies en gewone bewaartijd uit elkaar gehouden? 45. Past de bewaar- en reinigingsinstructie bij het concrete materiaal? 46. Is in een zorgomgeving vastgelegd wie uitneemt, bewaart en teruggeeft? 47. Zijn laatste gebruiksmoment en zoek- of incidentactie bij verlies geregistreerd? 48. Zijn alle breukdelen en ontbrekende onderdelen benoemd zonder zelfreparatie? 49. Is vóór de herstelcode vastgesteld of een afdruk nodig is? 50. Is de viermaandenregel bij vroege schade expliciet getoetst? 51. Zijn verwacht herstel, uitbreiding en nieuw vervaardigen apart begroot? 52. Is een tijdelijke of reservevoorziening als apart product behandeld? 53. Is verzekeringsdekking voor de concrete partiële voorziening gecontroleerd? 54. Zijn laboratoriumopdracht en werkelijk gebruikte techniek gereconcilieerd? 55. Is na retour een functionele en klinische controle vastgelegd? 56. Sluiten incidenttijdlijn, eindnota, credit en verzekeraarsafrekening op elkaar aan?

De partiële-prothesebewijsrekening: van restgebit tot uitbreidingsplan

Een partiële prothese is geen los plaatje met één prijs, maar een ontwerp per kaak dat ontbrekende elementen, steunpunten, ankers, basis, materiaal, techniek en toekomstige uitbreidbaarheid verbindt. Maak daarom een partiële-prothesebewijsrekening waarin hulpvraag, restgebit, vervangen elementen, ontwerp, productiefase, plaatsing, nazorg en betaling zijn gekoppeld. De behandelaar bepaalt welke voorziening passend is; een kostengids kan dat niet voor een individuele mond vaststellen.

Hulpvraag-, kaak- en ruimte-identiteit

Leg boven- of onderkaak vast, ontbrekende elementen, datum/oorzaak van verlies, huidige voorziening en prioriteit: kauwen, spreken, uiterlijk, behoud van ruimte, tijdelijke overgang of definitieve vervanging. Noteer antagonisten, vrije-eindsituaties, slijmvlies/kam en bestaande implantaten of wortels.

De hoofdcode volgt het aantal werkelijk door één voorziening in één kaak vervangen tanden/kiezen. Een afspraaknaam ‘plaatje’ of ‘frame’ zonder elementdiagram is onvoldoende om P001-P004 te controleren.

Restgebitprognose per element

Maak voor ieder resterend element een kaart met cariës/restauratie, parodontale steun, mobiliteit, wortel-/pulpa-status, vorm/positie, functie en verwachte rol als steun of anker. Benoem onzekerheden en welke elementen mogelijk later verloren gaan.

Een frame ontwerpen rond onzekere pijlers kan andere uitbreidings- en kostenrisico’s geven dan een plaatprothese. Spreek stop-/herontwerpmomenten af wanneer tijdens behandeling een element onherstelbaar blijkt of de prognose verandert.

Alternatieven vóór extractie of definitief ontwerp

Vergelijk waar passend niet vervangen, orthodontisch sluiten, plaatprothese, frameprothese, brug, implantaatgedragen kroon/brug, overkappingsroute of gefaseerde tijdelijke oplossing. Zet tandweefselingreep, chirurgie, steun, comfort, onderhoud, herstelbaarheid, uitbreidbaarheid en mogelijke vervolgkosten naast elkaar.

Een frame is niet altijd ‘beter’ en een plaat niet automatisch tijdelijk. De keuze volgt mondsituatie en doelen; verzekering of een lagere beginprijs is geen zelfstandige indicatie.

P001-P004 elementtelling en materiaalroute

P001/P002 zijn gedeeltelijke kunstharsprothesen voor respectievelijk 1–4 en 5–13 vervangen elementen per kaak; P003/P004 de corresponderende frameprothesen. Noteer elk vervangen element, materiaalroute en de daadwerkelijk geleverde kaakvoorziening.

Bij een planwijziging tussen offerte en plaatsing wordt de hoofdcode opnieuw bepaald. Een tand die behouden blijft of onverwacht wordt toegevoegd verandert mogelijk telling, ontwerp, techniek en toestemming.

Ontwerpkaart voor basis, steunen en ankers

Teken basisuitbreiding, zadels, tanden, occlusale steunen, geleidingsvlakken, klammers/gegoten ankers, connectoren en rustpunten. P003/P004 omvatten ontwerp en inslijpen van steunen vóór vervaardiging van het frame; deze onderdelen worden niet als onbenoemde extra honorariumregels toegevoegd.

P047 volgt alleen een passend gegoten anker bij P001/P002. Leg element, ontwerp en daadwerkelijk geleverd anker vast. Een standaard draadklammer of ieder zichtbaar metaal is niet automatisch P047.

Extractie- en immediaatkalender

Registreer per te verwijderen element indicatie, uitvoerder, extractiedatum, plaatsingsdatum en of het direct door de prothese wordt vervangen. P045 telt per werkelijk immediaat vervangen element, maximaal acht per kaak. Extracties zelf en later opvullen zijn niet inbegrepen.

Scheid geplande extractie, directe plaatsing, genezingscontroles, tijdelijke aanpassing en definitief vervolg. Een veranderende kaak na extractie kan latere relining of nieuw ontwerp vragen zonder dat dit vooraf gegarandeerd is inbegrepen.

Afdrukroute en P041

Maak per kaak/zitting een afdrukregister met standaard of individueel traject, materiaal/scan, randvorming, modelversie, kwaliteit en hername. P041 is de individuele afdrukroute voor P001/P002 per kaak en geen automatische toeslag bij iedere partiële voorziening.

Noteer waarom een hername nodig is en wie de extra klinische/technische fase draagt. Een productiefout, veranderde mondsituatie en nieuwe patiëntwens zijn verschillende financiële oorzaken.

Beet, opstelling en P043

Registreer beetrelatie, beschikbare ruimte, verticale dimensie waar relevant, midden-/lachlijn, tandvorm/kleur, spreken en functie. P043 geldt eenmaal bij P002/P004 wanneer frontopstelling en/of beetbepaling in een aparte zitting werkelijk is uitgevoerd.

Een extra afspraak of gewone pasfase bewijst de toeslag niet. Leg de aparte beslisfase en haar invloed op de productie vast.

Wortels, koppelingen en telescooproute

Bij natuurlijke wortels onder een overkappingsvoorziening wordt P046 per passende wortel gekoppeld aan element, behandeling en functie. P048 telt per precisiekoppeling of staafhuls; matrix en patrix samen zijn één koppeling. P049 volgt de passende telescoopkroon met precisiekoppeling.

Maak een constructiediagram met wortels, pijlers, koppelingen en prothesedelen. Een klikgebit op implantaten heeft eigen J-/P-routes en wordt niet door P001 of een losse koppeling volledig beschreven.

Techniekorder en nettokosten per constructie

De labopdracht bevat kaak, vervangen elementen, ontwerpversie, basis/frame, ankers, steunen, koppelingen, tanden/materialen, kleur, beet, modellen/scans en leverdatum. Iedere wijziging krijgt datum, reden, toestemming en kostenimpact.

Toon specifiek toerekenbare materiaal- en ingekochte techniekkosten en bewaar labfactuur of eigen-beheerspecificatie. Een globale regel ‘techniek prothese’ zonder ontwerp of kaak verhindert eerlijke vergelijking en controle van een remake.

Productie, proefpas en kwaliteitscontrole

Controleer per fase framepassing waar van toepassing, opstelling, esthetiek, spreken, beet, steun/retentie, rand, reinigbaarheid en overeenkomst met de opdracht. Noteer correcties en besluit: aanpassen, herontwerpen, opnieuw maken of definitief verwerken.

Technische geschiktheid en esthetische acceptatie zijn afzonderlijke poorten. Toestemming voor definitieve afwerking volgt na bespreking van relevante beperkingen.

Plaatsing en acceptatiebaseline

Het plaatsingsregister bewaart datum, kaak, voorzieningsidentiteit, vervangen elementen, steun/retentie, stabiliteit, randen, drukpunten, beet, contacten, spreken, uiterlijk, inzet/uitname en reiniging. De nota wordt aan de daadwerkelijk geplaatste voorziening gekoppeld.

Wanneer tijdens productie een element verloren gaat of behouden blijft, worden ontwerp, code, techniek en eindfactuur gereconcilieerd voordat plaatsing als voltooid geldt.

Vier maanden inbegrepen nazorg

P001-P004 omvatten vier maanden prothetische nazorg vanaf plaatsing. Houd datum, klacht, kaak, onderzoek, aanpassing en vervolg bij. P060-P067 worden binnen de gewone periode niet apart gebruikt volgens de officiële beperking.

P068-P071 kunnen binnen vier maanden alleen onder de formele onzorgvuldig-gebruikuitzondering. Breuk, loszitten of pijn kort na plaatsing wordt eerst op oorzaak beoordeeld en niet automatisch aan onzorgvuldig gebruik toegeschreven.

Retentie-, steun- en drukplekdiagnose

Bij loszitten of pijn onderscheidt de behandelaar pasvlak/rand, steun/anker, beet, slijmvlies, genezingsverandering, elementmobiliteit/cariës, framevervorming en gebruik. Pas daarna volgt slijpen, tissue conditioning, relining, reparatie, uitbreiding, remake of andere voorziening.

Een kleefmiddeladvies of kleine correctie vervangt geen oorzaakonderzoek. Leg uitgangsbaseline en effect van de oplossing vast.

P061, P064 en P065 uit elkaar houden

P061 is tissue conditioning per kaak. P064 is indirect opvullen met afdruk/laboratoriumroute en P065 direct opvullen in de mond, beide per kaak plus eventuele techniek volgens omschrijving. Noteer probleem, methode, materiaal, afdruk, labfase, plaatsingsdatum en beetcontrole.

‘Opvullen’ alleen verklaart de code niet. Kies de route op basis van werkelijk uitgevoerde methode en timing, inclusief de viermaandenbeperking.

Reparatie, uitbreiding en P070-P072

P070 betreft reparatie zonder afdruk; P071 reparatie of uitbreiding met afdruk; P072 uitbreiding van gedeeltelijke tot volledige prothese. Registreer breuk/defect, toegevoegde elementen, afdruk, techniek, kaak, ontwerpimpact en eindcontrole.

Uitbreiden is niet automatisch goedkoper of technisch verantwoord. Vergelijk met relinen/rebasen, nieuw gedeeltelijk werk, volledig kunstgebit of implantaatroute en leg vast waarom het oude ontwerp geschikt blijft.

Verlies, reserve en overdracht

Bewaar voorzieningsidentiteit, ontwerp, materiaal, vervangen elementen, techniekrekening, plaatsingsdatum, aanpassingen en reparaties. Een reserveprothese is een apart product en niet vanzelf inbegrepen.

Bij overstap gaan restgebitkaart, afdruk/model, beet, ontwerp, labopdracht, pasbevindingen, plaatsingsbaseline en nazorg mee. Stop vóór levering wordt per werkelijk voltooide klinische en technische fase verrekend, niet als vrije annuleringsboete.

Verzekering, machtiging en betaling

Een gewone partiële plaat- of frameprothese voor volwassenen valt doorgaans niet standaard onder dezelfde basisverzekeringsroute als een volledig kunstgebit. Dekking kan afhangen van aanvullende polis of bijzondere situatie; implantaat- en overkappingsroutes hebben eigen voorwaarden en mogelijke machtiging.

Scheid honorarium, techniek, eventuele verzekerde grondslag, eigen bijdrage/eigen risico waar van toepassing, aanvullende vergoeding, patiëntbetaling, aanbetaling, creditering en saldo. Een verzekeraarsraming is geen indicatie of betalingsgarantie.

Eindnota tegen veertien prothesebewijzen

Controleer de nota tegen veertien prothesebewijzen: 1. hulpvraag en kaak; 2. ontbrekende elementen; 3. restgebitprognose; 4. alternatieven/toestemming; 5. P001-P004-telling; 6. ontwerp/ankers; 7. extracties/P045; 8. afdruk/beet; 9. wortels/koppelingen; 10. techniekorder/factuur; 11. proefpas/plaatsing; 12. nazorg/drukplek; 13. opvullen/reparatie/uitbreiding/overdracht; 14. behandeldatum, verzekering en betaling.

Vraag per bedrag welke kaak, elementen, code, eenheid, fase en techniekcomponent de regel dragen. Controleer elementtelling, P041/P043-voorwaarden, maximaal acht immediaatelementen, matrix+patrix, vier maanden nazorg en de werkelijk geplaatste eindvoorziening. Zo wordt ‘plaatje of frame plus techniek’ een reconstrueerbaar ontwerp- en zorgtraject.

Van hulpvraag naar kaak-, ontwerp- en fasepaspoort

Een goede prothesebegroting begint niet met ‘plaatje of frame’, maar met de hulpvraag, het restgebit en de verwachte veranderingen. Leg per kaak vast welke tanden ontbreken, welke tanden of wortels blijven, welke mogelijk worden verwijderd en wat de voorziening moet verbeteren. Koppel daarna ontwerp, hoofdprestatie, toeslagen, techniek en nazorg aan een herkenbare fase.

Hulpvraag en huidige voorziening

Scheid voor het gesprek kauwen, spreken, uiterlijk, loszitten, pijn, breuk, uitbreiding na tandverlies en een volledig nieuwe voorziening. Noteer of er al een plaat-, frame-, overkappings- of implantaatgedragen prothese aanwezig is, hoe oud die is en welk concreet defect of doel aanleiding geeft. Een oude voorziening of veranderde wens maakt volledige vervanging niet automatisch noodzakelijk.

Restgebitkaart per kaak

Bewaar per element aanwezigheid, prognose, mobiliteit, cariës/restauratieve toestand, parodontale steun, kroon of koppeling en geplande rol als pijler. Markeer ontbrekende ruimtes en het aantal te vervangen elementen op de plaatsingsdatum. P001/P003 gelden voor één tot vier vervangen elementen per kaak; P002/P004 voor vijf tot dertien. Een tand die tijdens productie verloren gaat kan de telling en het ontwerp veranderen.

Functie-, steun- en belastingskaart

Leg beet, ruimte, antagonisten, steungebieden, vrije-eindes, slijmvliesbelasting, retentie, esthetische zone en reinigbaarheid vast. Deze gegevens dragen de keuze tussen kunstharsplaat, frame, uitbreiding, overkappingsroute, implantaatroute of een alternatief. De hoofdcode beschrijft niet zelfstandig kwaliteit of prognose; een individueel ontwerp blijft nodig.

Plaatprothese versus frameprothese

Vergelijk P001/P002 en P003/P004 op functie, steun, stabiliteit, uitbreidbaarheid, hygiëne, reparatiemogelijkheid, behandeling van pijlers, techniek en toekomstige veranderingen. Een frame is niet universeel beter en een plaat niet alleen een goedkoop tijdelijk product. Bij P003/P004 zijn ontwerp en het zo nodig inslijpen van steunen vóór framevervaardiging in de prestatie inbegrepen.

Alternatieven vóór onomkeerbare stappen

Bespreek waar passend niets doen, behoud/herstel van elementen, een kleinere uitneembare voorziening, frame, brug, implantaatgedragen oplossing, tijdelijke voorziening of gefaseerde zorg. Leg voor extractie vast welke tand waarom niet behouden blijft, wie die beslissing draagt en hoe verlies het ontwerp beïnvloedt. De prothesecode omvat extracties niet automatisch.

Ontwerpregister per basis, tand, steun en anker

Maak een tekening of tabel met kunsthars- of metalen basis, vervangen tanden, klammers, gegoten ankers, steunen, connectoren, precisiekoppelingen, natuurlijke wortels en mogelijke uitbreidingszones. Koppel P047 alleen aan een passend gegoten anker bij P001/P002. Bij P048 tellen matrix en patrix samen als één koppeling; onderdelen van één koppeling worden niet los verdubbeld.

Hoofdprestatie als volledig vervaardigingstraject

P001 tot en met P004 lopen vanaf de eerste consultatie tot en met de plaatsing en bevatten vier maanden prothetische nazorg. Maak daarom één trajectidentiteit met startdatum, kaak, hoofdcode, ontwerpversie en geplande plaatsing. Gewone consulten, afdrukken, passen of drukplaatscorrecties worden niet zonder zelfstandige prestatiegrond naast hetzelfde inbegrepen traject gezet.

Individuele afdruk en gewone afdruk

P041 is een toeslag voor een individuele afdruk bij een gedeeltelijk kunstharskunstgebit en hoort alleen bij P001/P002. Noteer waarom en wanneer de individuele lepel is gebruikt, welke kaak is afgedrukt en welke laboratoriumstap erop volgt. Een standaardafdruk of digitale registratie creëert niet vanzelf P041; een framehoofdprestatie krijgt deze toeslag niet via dezelfde route.

Beet- en frontopstellingspoort

P043 geldt voor frontopstelling en/of beetbepaling in een aparte zitting en kan bij de genoemde hoofdprestaties slechts eenmaal worden gerekend. Bewaar datum, aparte zitting, uitgevoerde front- of beetstap en gekoppelde hoofdcode. Een gewone pasafspraak of interne laboratoriumhandeling bewijst deze toeslag niet zelfstandig.

Immediaatkalender en P045

Noteer per kaak de te verwijderen elementen, extractiedatum, geplande plaatsing en welke tanden direct door de prothese worden vervangen. P045 telt per immediaat vervangen element met maximaal acht per kaak en is exclusief extracties en opvullen. Een element dat eerder al ontbrak is geen immediaat vervangen element; meerdere extracties betekenen niet automatisch het maximum.

Natuurlijke wortels onder de prothese

P046 geldt per natuurlijke wortel waar een overkappingskunstgebit overheen wordt geplaatst en omvat zo nodig afprepareren, vullen en polijsten. Leg element/wortel, behoudsreden, behandeling en relatie tot de hoofdprestatie vast. Een implantaat, kroon of gewone pijler is niet alleen door steunfunctie dezelfde P046-eenheid.

Laboratoriumopdracht met versiebeheer

Bewaar per versie kaak, hoofdcode, elementopstelling, materiaal, kleur, basisgrens, ankers/koppelingen, beet, bijzondere wensen, herstelopdracht en overeengekomen techniekprijs. Markeer wie een wijziging initieert en welk effect die heeft op tijd en kosten. Een gewijzigde tandopstelling of verloren element moet in opdracht, begroting en eindnota dezelfde versie hebben.

Techniekkosten als externe kostprijs

Laat materiaal- en techniekkosten per prestatie specificeren en koppel ze aan de laboratoriumnota of aantoonbare kostprijs. Splits honorarium en techniek zodat offertes vergelijkbaar blijven. Een hoog of laag laboratoriumbedrag bewijst op zichzelf geen kwaliteit; vraag naar opdracht, materiaal en constructie. Interne personeels- of praktijkkosten worden niet zonder officiële grond als techniek doorgeschoven.

Afdruk-, beet-, proef- en paspaspoorten

Leg per fase datum, uitvoerder, gebruikte registratie, ontwerpversie, gecontroleerde onderdelen, afwijking en besluit vast. Bij proefpassen worden tandopstelling, steun, retentie, ruimte, esthetiek, spraak en beet voor zover passend beoordeeld. Een akkoord op vorm of kleur is niet automatisch akkoord op een later gewijzigd ontwerp of onbekende meerprijs.

Wijziging tijdens productie

Als een pijler breekt, een tand wordt geëxtraheerd of de prognose verandert, stop dan waar mogelijk vóór onomkeerbare laboratoriumstappen. Vergelijk aanpassen, uitbreiden, nieuwe hoofdprestatie, tijdelijke oplossing of uitstel. Leg reeds gemaakte techniek, herbruikbare onderdelen, nieuwe telling, toestemming en betaalmoment vast. De oorspronkelijke code blijft niet automatisch passend.

Plaatsingspaspoort en acceptatiebaseline

Registreer op de plaatsingsdag identiteit van de voorziening, kaak, ontwerpversie, vervangen elementen, ankers/koppelingen, pasvorm, steun, retentie, beet, randen, drukplekken, esthetiek en instructie. Noteer welke aanpassing direct is uitgevoerd en welke evaluatie volgt. De plaatsingsdatum start de gewone viermaandenperiode voor prothetische nazorg.

Vier maanden inbegrepen nazorg

Onder prothetische nazorg vallen controle van pasvorm, aanpassen, verhelpen van drukplaatsen en zo nodig tissue conditioning of opvullen binnen de omschreven periode. P060-P067 worden daarom normaal niet binnen vier maanden na plaatsing apart gedeclareerd. Bewaar ieder contact met klacht, bevinding en correctie onder dezelfde trajectidentiteit zodat inbegrepen zorg niet als nieuw onderhoud verdwijnt.

Immediaatuitzondering binnen vier maanden

Bij een immediaat geplaatste prothese met P045 mogen P060-P067 volgens de officiële uitzondering wel binnen vier maanden worden gedeclareerd. Leg wond- en kaakverandering, indicatie, datum en werkelijk uitgevoerde aanpassing vast. De uitzondering maakt iedere controle of reparatie niet automatisch declarabel en verandert niet dat P045 zelf extracties en opvullen uitsluit.

Onzorgvuldig gebruik en vroege reparatie

P068-P071 kunnen binnen vier maanden na plaatsing alleen worden gedeclareerd wanneer sprake is van onzorgvuldig gebruik door de patiënt. Noteer gebeurtenis, schadebeeld, oorzaakbeoordeling, voorziening, kaak en herstel. Gewone breuk, pasvormprobleem of fabricagekwestie wordt niet zonder onderbouwing als onzorgvuldig gebruik gelabeld. Bespreek commerciële garantie en professionele verantwoordelijkheid afzonderlijk.

Tissue conditioning, direct en indirect opvullen

P061 betreft een tijdelijke weekblijvende laag bij een gedeeltelijke kunsthars- of frameprothese. P064 gebruikt een afdruk en laboratoriumroute voor indirect opvullen; P065 wordt direct met kunsthars in de mond uitgevoerd. Koppel de keuze aan pasvorm, weefseltoestand, tijd, materiaal en doel. Een drukplekcorrectie, tijdelijke zachte laag en definitieve rebasing zijn niet dezelfde handeling.

Repareren, uitbreiden of vervangen

Maak bij schade of tandverlies een besluitkaart: defect, kaak, betrokken tand/anker/basis, pasvorm, restgebitprognose, ontwerpcompatibiliteit en resterende levensfase. P070 is reparatie zonder afdruk; P071 betreft reparatie en/of uitbreiding met afdruk; P072 breidt een gedeeltelijke voorziening uit tot een volledig kunstgebit. Volledige vervanging vraagt een eigen nieuw vervaardigingsbesluit.

P071 en P072 als traject bij uitbreiding

Wanneer P071 voor uitbreiding wordt gebruikt, loopt de prestatie vanaf eerste consultatie tot plaatsing en bevat vier maanden nazorg. P072 heeft dezelfde trajectlogica voor uitbreiding tot een volledige prothese. Leg start, afdruk, nieuwe elementen, laboratoriumversie, plaatsing en nazorg samen vast; de code is geen eenmalige laboratoriumtoeslag zonder vervolgverantwoordelijkheid.

Reiniging, onderhoud en pijlerzorg

Scheid reinigen van prothese en natuurlijke elementen, controle van pijlers, reparatie van ankers, parodontale zorg en prothetische aanpassing. M03 kan passende reiniging omvatten, maar vervangt geen ontwerp-, reparatie- of opvulprestatie. Noteer bij onderhoud welk onderdeel werkelijk is behandeld en wie tandheelkundige, parodontale of prothetische coördinatie heeft.

Begroting in fasen en stopmomenten

Maak de begroting per diagnostiek/voorbehandeling, vervaardiging, toeslagen, techniek, extracties, plaatsing, inbegrepen nazorg en mogelijke latere aanpassing. Markeer posten als vast, waarschijnlijk of alleen na bevinding. Spreek een stopmoment af bij gewijzigd restgebit, ontwerp, techniekbedrag of verzekeringsbesluit. Een bandbreedte is geen automatische toestemming voor het maximum.

Verzekeringsroute per type voorziening

Houd gedeeltelijke prothese, volledig kunstgebit, overkappings- en implantaatgedragen voorziening financieel gescheiden. Dekking, eigen bijdrage, eigen risico, machtiging, gebruikstermijn en aanvullende polis kunnen verschillen. Vraag de verzekeraar op exacte codes, kaak, indicatie en techniekbedrag te beslissen. Een vergoedingsafwijzing bewijst niet dat de code onjuist is; vergoeding bewijst niet dat het ontwerp klopt.

Overdracht tijdens productie of nazorg

Draag restgebitkaart, ontwerpversie, afdrukken/scans, beetregistratie, laboratoriumopdracht, techniekfactuur, proefpasbesluiten, hoofdcode, betaalstatus, plaatsingsbaseline en nazorglogboek over. Benoem wie eigenaar is van lopend laboratoriumwerk en inbegrepen nazorg. Een nieuwe aanbieder kan actuele beoordeling nodig vinden, maar reeds uitgevoerde fasen worden niet zonder uitleg opnieuw een compleet traject.

Eindnota tegen twaalf prothesebewijzen

Controleer de factuur tegen twaalf prothesebewijzen: (1) hulpvraag, (2) restgebit per kaak, (3) elementtelling, (4) ontwerp en hoofdcode, (5) ankers/koppelingen/wortels, (6) immediaatkalender, (7) afdruk/beet/pasfasen, (8) laboratoriumopdracht en techniek, (9) plaatsingsbaseline, (10) viermaanden- en uitzonderingsregister, (11) reparatie/opvulling/uitbreiding en (12) verzekering, betaling en overdracht.

Koppel iedere regel aan kaak, datum, fase, eenheid en werkelijk uitgevoerde handeling. Vraag bij afwijking om een gespecificeerde toelichting of gecorrigeerde nota die nog steeds aansluit op ontwerpversie, techniekfactuur en nazorglogboek. Zo blijft niet alleen het eindbedrag, maar de hele vervaardigings- en herstelketen controleerbaar.

Van restgebitkaart naar controleerbaar prothesepaspoort

Een gedeeltelijke prothese begint niet bij de keuze tussen plaat en frame, maar bij de vraag welke tanden en kiezen ontbreken, welke behouden kunnen blijven en welke functie moet worden hersteld. Maak vóór de begroting een restgebit- en ruimtekaart per kaak. Noteer aanwezige en ontbrekende elementen, te vervangen posities, bestaande kronen of vullingen, relevante wortels, tandvleessteun, beetcontacten, beschikbare ruimte en gebieden waar schoonmaken moeilijk kan worden. De telling voor P001-P004 volgt het aantal elementen dat de voorziening in die kaak vervangt; het aantal ankers, kunsttanden op de laboratoriumbon of afspraken bepaalt de hoofdgroep niet.

Koppel ieder twijfelachtig pijlerelement aan een besluit: behouden en volgen, eerst behandelen, niet als steun gebruiken of verwijderen. Leg de gevolgen voor ontwerp, techniek, planning en prijs als scenario vast. Een frame laten vervaardigen terwijl een dragend element mogelijk verloren gaat, kan later een uitbreiding, reparatie of nieuw ontwerp nodig maken. Dat risico hoort vóór de definitieve laboratoriumopdracht bespreekbaar te zijn, zonder de uitkomst vooraf als zekerheid te presenteren.

Functie- en prioriteitenkaart

Schrijf op welke doelen de patiënt het belangrijkst vindt: kauwen in een bepaald gebied, zichtbare ruimte sluiten, spraak, stabiliteit, comfort, uitbreidbaarheid of een tijdelijke overgang na extracties. Voeg grenzen toe, zoals beschikbare behandeltijd, onderhoudsmogelijkheden, kokhalsneiging of moeite met in- en uitnemen. Zo wordt duidelijk waarom een eenvoudiger kunstharsplaat, een frame of een andere behandelroute wordt vergeleken.

Gebruik geen algemene rangorde waarin een frame altijd beter of een plaat altijd goedkoper over de hele levensduur is. Vergelijk per ontwerp de honoraria, laboratoriumkosten, noodzakelijke voorbehandeling, verwachte onderhoudbaarheid, mogelijke uitbreiding en de consequenties als een pijler verandert. Ook een brug, implantaatgedragen oplossing, orthodontische ruimtesluiting of verantwoord niet vervangen kan afhankelijk van de situatie een vergelijkingsroute zijn.

Ontwerpbesluit per steun, anker en basis

Maak een ontwerpbesluit per steun, anker en basisdeel. Een framekaart laat zien waar steunen worden ingeslepen, welke natuurlijke elementen dragen, waar ankers of precisiekoppelingen zitten, welke delen slijmvliesgedragen zijn en hoe de patiënt onder het frame kan reinigen. Bij een kunstharsplaat worden basisomvang, ankers, diktegevoelige zones en uitbreidbaarheid vastgelegd. De landelijke P003/P004-prestatie omvat ontwerp en het vooraf inslijpen van steunen; die onderdelen worden niet als los onbenoemd honorarium herhaald.

P047 is een gegoten anker bij P001/P002 en omvat waar nodig het inslijpen van de steun. P048 rekent een precisiekoppeling of staafhuls per passende eenheid, waarbij matrix en patrix samen één deel vormen. P049 betreft de passende toeslag voor een telescoopkroon met precisiekoppeling. Laat de offerte daarom een genummerd ontwerp tonen in plaats van alleen ‘ankers’ of ‘premium bevestiging’.

Extractie- en immediaatkalender

Wanneer tanden op de plaatsingsdag worden verwijderd, maak dan een extractie- en immediaatkalender met elementnummers, extractiedatum, te vervangen elementen, prothesehoofdcode en P045-aantal per kaak. P045 geldt per immediaat vervangen element met maximaal acht per kaak; extracties en later opvullen zijn niet in die toeslag inbegrepen. Acht is de declaratiegrens voor de toeslag, geen maximum voor het aantal ontbrekende tanden in een prothese.

Bespreek vooraf dat kaak en wondgebied na extracties kunnen veranderen. Leg daarom naast de plaatsingsbegroting een aanpassingsscenario vast: inbegrepen drukplaatscontrole, eventuele afzonderlijk toegestane tissue conditioning of opvulling bij de immediaatuitzondering, en het moment waarop pasvorm opnieuw wordt beoordeeld. Een geplande latere aanpassing is nog geen automatisch uitgevoerde P061, P064 of P065.

Laboratoriumopdracht met herleidbare techniek

De laboratoriumopdracht met herleidbare techniek specificeert per kaak hoofdcode, te vervangen elementen, materiaal en kleur, basis- of frameontwerp, steunen, ankers, koppelingen, tandopstelling, beetregistratie, gewenste pasfasen en reparatie- of uitbreidingswensen. Koppel iedere techniekregel aan een onderdeel van dit ontwerp. Vraag bij uitbesteed werk om het netto doorbelaste bedrag en maak duidelijk welke onderdelen honorarium en welke materiaal- en techniekkosten zijn.

Vergelijk twee offertes daarom op gelijke specificaties. Een lager honorarium met een niet-gespecificeerde laboratoriumpost is niet automatisch goedkoper; een hogere techniekpost bewijst evenmin betere kwaliteit. Noteer ook wat gebeurt als het ontwerp na afdruk, beetregistratie of proefopstelling verandert: nieuwe opdracht, meerprijs, hergebruik van werk, toestemming en gevolgen voor de leverdatum.

Poorten na afdruk, beet en proefopstelling

Maak de vervaardiging controleerbaar met drie paspoorten voor de pasfasen. Na de afdruk wordt vastgelegd welke kaak en welk ontwerp zijn afgedrukt en of een individuele afdruktoeslag passend is. Na beetregistratie staan kaakrelatie, beschikbare ruimte en afgesproken tandpositie vermeld. Bij een proefopstelling worden zicht, ondersteuning, spraak, beet en relevante contacten beoordeeld voordat het laboratorium definitief afwerkt.

P041 is alleen de toeslag voor een individuele afdruk bij P001/P002. P043 vraagt frontopstelling en/of beetbepaling in een aparte zitting en past slechts eenmaal bij de toegestane hoofdprestatie. Een extra afspraak of herhaling door een herstelbare uitvoeringsfout maakt niet vanzelf opnieuw dezelfde toeslag passend. Leg afwijkingen, gekozen correctie en nieuw akkoord vast.

Plaatsingspaspoort en acceptatiebaseline

Op de plaatsingsdag ontstaat een plaatsingspaspoort en acceptatiebaseline. Registreer kaak, voorziening, daadwerkelijk vervangen elementen, ontwerpkenmerken, retentie en stabiliteit, beetcontacten, randen, drukgevoelige gebieden, spraak, esthetische afspraken, in- en uitnemen en de uitgelegde reinigingsroute. Noteer wat nog wordt aangepast en wanneer de eerste controle plaatsvindt. Plaatsing is daarmee een inhoudelijk overdrachtsmoment en niet alleen de datum waarop de laboratoriumrekening verschijnt.

De baseline helpt later onderscheid maken tussen een drukplaats, pasvormverandering, breuk, verlies van een extra element, slijtage, los anker of gewijzigd beetcontact. Deze oorzaken kunnen leiden tot nazorg, reparatie, uitbreiding, direct of indirect opvullen of opnieuw vervaardigen; ze zijn niet onderling uitwisselbaar.

Viermaandenregister met immediaatuitzondering

Start per kaak een viermaandenregister op de werkelijke plaatsingsdatum. P001-P004 omvatten vanaf eerste consultatie tot en met plaatsing en vier maanden prothetische nazorg. Daaronder vallen controle van de pasvorm, aanpassen, drukplaatsen verhelpen en zo nodig de in de NZa-beschrijving genoemde conditioning of opvulling binnen die periode. P060-P067 worden bij gewone plaatsing daarom niet apart binnen vier maanden gedeclareerd.

Leg iedere vroege afspraak vast met klacht, bevinding, handeling, relatie tot de plaatsing en declaratiebesluit. Bij een immediaat geplaatste prothese met P045 geldt de officiële uitzondering waardoor P060-P067 binnen vier maanden wel afzonderlijk kunnen passen. Reparatiecodes P068-P071 zijn binnen vier maanden alleen afzonderlijk toegestaan bij onzorgvuldig gebruik. Noteer de concrete oorzaak; alleen ‘breuk’ of ‘spoed’ bewijst die uitzondering niet.

Besluitkaart bij klacht of verandering

Gebruik bij ieder probleem een besluitkaart aanpassen, repareren, opvullen, uitbreiden of vervangen. Aanpassen wijzigt bijvoorbeeld een rand, drukplaats of contact. Repareren herstelt schade. Opvullen verbetert de aansluiting van de bestaande basis en wordt direct of via een afdruk uitgevoerd. Uitbreiden voegt na verlies van elementen tanden of kiezen toe; P072 maakt een gedeeltelijke voorziening tot een volledige prothese. Vervangen vraagt een nieuwe indicatie en vervaardigingsroute.

Noteer per keuze oorzaak, kaak, betrokken element of onderdeel, afdruk ja/nee, laboratoriumwerk, toestand van de rest van de voorziening, alternatief en prognose. Zo wordt P070 zonder afdruk onderscheiden van P071 met afdruk en eventuele uitbreiding, terwijl P064 en P065 aan het werkelijk indirect of direct opvullen blijven gekoppeld.

Onderhouds- en overdrachtskaart

De onderhouds- en overdrachtskaart bevat hoe prothese, ankers, pijlers en onderliggende weefsels worden gecontroleerd en gereinigd, welke veranderingen aanleiding geven voor professionele beoordeling en welke onderdelen kwetsbaar of uitbreidbaar zijn. Een vast vervangingsinterval wordt niet beloofd; actuele pasvorm, functie, slijtage, restgebit en onderhoud bepalen het vervolgbesluit.

Bij overdracht naar een andere tandarts, tandprotheticus of laboratorium gaan restgebitkaart, ontwerp, laboratoriumspecificatie, plaatsingsbaseline, technieknota en nazorglogboek mee. Daarmee kan de ontvanger zien welke fase is voltooid, welke viermaandenperiode loopt en welke correcties al zijn uitgevoerd.

Eindnota tegen vijf bewijsregisters

Controleer de eindnota tegen vijf bewijsregisters: 1. restgebit, kaak en vervangen elementen; 2. gekozen hoofdprestatie en genummerd ontwerp; 3. laboratoriumopdracht en netto techniekregels; 4. vervaardigingsfasen, plaatsing en geaccepteerde wijzigingen; 5. nazorgkalender, klachtreden en vervolg. Laat bij iedere toeslag de hoofdcode en toepasselijke eenheid zien.

Verschilt de definitieve voorziening van de offerte, reconstrueer dan per kaak welke elementen werkelijk zijn vervangen, welke toeslagen daadwerkelijk zijn uitgevoerd en welke techniek is geleverd. Een controleerbare prothesenota is zo geen optelsom van pakketnamen, maar een aansluiting tussen mondsituatie, ontwerp, vervaardiging, plaatsing, nazorg en het tariefjaar van iedere prestatie.

Onderhoudscontrole voor pijlers, ankers en frame

Laat bij periodieke beoordeling niet alleen de prothese, maar ook iedere dragende tand, rustplaats, kroon, koppeling en slijmvlieszone controleren. Noteer cariës, tandvlees, mobiliteit, slijtage, vervorming en voedselophoping. Een losse ankerarm bijbuigen, een precisiedeel vervangen, een kunsttand toevoegen en een nieuwe voorziening maken zijn verschillende werkzaamheden en kostenroutes.

Vraag welke dagelijkse hulpmiddelen onder het frame en rond pijlers passen en hoe vaak professionele controle op basis van het individuele risico nodig is. Er bestaat geen universeel onderhoudsinterval dat iedere gedeeltelijke prothese dezelfde levensduur geeft.

Wanneer één pijler verslechtert, vergelijk behoud, herstel, extractie en uitbreiding voordat het bestaande ontwerp wordt aangepast. Leg vast of het frame technisch bruikbaar blijft en laat een nieuwe begroting zien vóór onomkeerbare behandeling of laboratoriumwerk.

Tarieven plaat- en frameprothese in 2027

Voor een behandeling in 2027 geldt het maximumtarief van de behandeldatum. De P001-P004-hoofdprestatie loopt vanaf de eerste consultatie tot en met plaatsing en vier maanden nazorg. Bij een traject dat in 2026 begint maar in 2027 wordt geplaatst, moet de praktijk uitleggen welk tariefmoment zij toepast en de begroting zo nodig actualiseren.

CodeVoorziening of handelingMaximum 2026Maximum 2027
P001*Kunsthars, 1-4 elementen, per kaak€112,53€115,94
P002*Kunsthars, 5-13 elementen, per kaak€225,05€231,87
P003*Frame, 1-4 elementen, per kaak€307,57€316,90
P004*Frame, 5-13 elementen, per kaak€420,10€432,83
P041Individuele afdruk bij P001/P002€37,51€38,65
P043Frontopstelling/beetbepaling aparte zitting€45,01€46,37
P045Immediaattoeslag, maximaal 8 per kaak€18,75€19,32
P046Natuurlijke wortel onder overkappingsprothese€60,01€61,83
P047Gegoten anker bij P001/P002€22,51€23,19
P048Precisiekoppeling of staafhuls€112,53€115,94
P049Telescoopkroon met precisiekoppeling€75,02€77,29
P061Tissue conditioning gedeeltelijke prothese€52,51€54,10
P064*Indirect opvullen, per kaak€92,27€95,07
P065*Direct opvullen, per kaak€96,02€98,93
P070*Reparatie zonder afdruk, per kaak€22,51€23,19
P071*Reparatie/uitbreiding met afdruk, per kaak€60,01€61,83
P072*Uitbreiding tot volledig kunstgebit€60,01€61,83
Een sterretje betekent dat specifiek toerekenbare materiaal- en ingekochte techniekkosten naast het gereguleerde honorarium kunnen staan. Het 2027-bedrag voor P004 is dus geen complete frameprijs. Vraag per kaak om de P-code, techniekregel, eventuele toeslagen en één consumenten-eindtotaal.

Acht protheseberekeningen voor 2027

Deze voorbeelden controleren alleen de benoemde honorariumregels en geven geen indicatie of standaardpakket.

1. Vier versus vijf kunsttanden in kunsthars: P001 is €115,94; vanaf vijf vervangen elementen wordt P002 €231,87. De honorariumsprong is €115,93 vóór techniek. 2. Vier versus vijf elementen in een frame: P003 is €316,90; P004 is €432,83. Ook hier is het verschil €115,93 vóór techniek. 3. Twee kaken met verschillende voorzieningen: P002 boven plus P004 onder is €664,70 vóór techniek. Iedere kaak krijgt een eigen elementtelling en technisch werkstuk. 4. P002 met passende individuele afdruk: €231,87 + P041 €38,65 = €270,52 vóór techniek. P041 hoort niet automatisch bij iedere plaat en niet bij P003/P004. 5. P004 met één toegestane aparte front-/beetzitting: €432,83 + P043 €46,37 = €479,20 vóór techniek. Meerdere pasmomenten maken P043 niet meervoudig. 6. Immediaat P004 met acht direct vervangen elementen: €432,83 + 8 × €19,32 = €587,39 vóór techniek en extracties. P045 is gemaximeerd op acht per kaak en omvat extracties of later opvullen niet. 7. P003 met twee precisiekoppelingen: €316,90 + 2 × €115,94 = €548,78 vóór techniek. Matrix en patrix vormen samen één koppeling; twee helften zijn niet twee P048-regels. 8. P072 tot volledig plus acht immediaatelementen: €61,83 + 8 × €19,32 = €216,39 vóór techniek en extracties. P072 is uitbreiding van een bestaande gedeeltelijke voorziening tot volledig, niet automatisch een nieuwe volledige prothese.

Drie natuurlijke wortels met P046 zijn 3 × €61,83 = €185,49 aan toeslag boven een passende hoofdprestatie. Dit betreft natuurlijke wortels, niet implantaten; afprepareren, vullen en polijsten zijn zo nodig in P046 inbegrepen.

Plaatsing, vier maanden nazorg en de immediaatuitzondering

De viermaandsperiode begint bij plaatsing. Reguliere nazorg omvat pasvorm controleren, aanpassen, drukplaatsen verhelpen en zo nodig tissue conditioning of opvullen, ongeacht het aantal benodigde zittingen. Daarom mogen P060 tot en met P067 na gewone plaatsing niet binnen die vier maanden afzonderlijk worden gedeclareerd.

De officiële uitzondering is een immediaat geplaatste prothese met P045. Door genezing na extracties kan de pasvorm snel veranderen; P060-P067 kunnen dan binnen vier maanden wel afzonderlijk passen. Dat betekent niet dat iedere immediaatprothese automatisch een reline nodig heeft. De nota moet plaatsingsdatum, P045 en werkelijk uitgevoerde aanpassing laten aansluiten.

P068-P071 mogen binnen vier maanden alleen afzonderlijk bij onzorgvuldig gebruik door de patiënt worden berekend. Vraag bij een vroege breuk welke oorzaak is vastgesteld. Een materiaal-, fabricage- of gewone pasvormkwestie wordt niet door alleen het woord ‘breuk’ patiëntschade.

Repareren, opvullen of opnieuw vervaardigen

Een loszittende of beschadigde prothese heeft niet automatisch één oplossing. P061 geeft tijdelijk weekblijvend materiaal; P064 vult indirect via een afdruk op; P065 vult direct in de mond op. P070 repareert zonder afdruk en P071 betreft reparatie of uitbreiding met afdruk. Laat de praktijk uitleggen welk probleem wordt opgelost: pasvorm, breuk, ontbrekend element, beet of versleten constructie.

Een reparatie kan goedkoper lijken maar minder zinvol zijn als pijlers verloren gaan, het frame vervormd is of de beet niet meer klopt. Andersom is een nieuwe prothese niet vanzelf nodig wanneer een bestaand werkstuk doelmatig te herstellen is. Vergelijk resterende gebruikswaarde, techniek, vervolgonderhoud en gevolgen als later nog een element verloren gaat.

Bij stercodes worden techniekkosten opnieuw afzonderlijk zichtbaar. Vraag of laboratoriumwerk een las, nieuwe tand, kunsthars, uitbreiding, afdrukmodel of nieuw precisiedeel betreft. Eén verzamelregel ‘reparatie techniek’ maakt oorzaak en omvang niet controleerbaar.

Prothesenota controleren: vragen 31 tot en met 40

31. Hoort het tariefjaar bij de feitelijke behandeldatum en plaatsing? 32. Is de begroting aangepast wanneer het traject over 2026 en 2027 loopt? 33. Zijn P-honorarium en specifiek toerekenbare techniek afzonderlijk zichtbaar? 34. Klopt de grens van vier of vijf vervangen elementen per kaak? 35. Is P043 slechts eenmaal en na een werkelijk aparte zitting gebruikt? 36. Zijn maximaal acht P045-eenheden per kaak berekend? 37. Zijn extracties en later opvullen niet ten onrechte als inbegrepen gepresenteerd? 38. Valt een vroege aanpassing onder gewone nazorg of de aantoonbare P045-uitzondering? 39. Is onzorgvuldig gebruik bij een vroege P068-P071-reparatie concreet onderbouwd? 40. Is repareren, opvullen, uitbreiden of vervangen gekozen op basis van pasvorm, constructie, beet en prognose?

Second opinion vóór extracties of een definitief frame

Een onafhankelijke beoordeling is vooral zinvol wanneer meerdere resterende tanden moeten worden getrokken, kostbare koppelingen worden voorgesteld, pijlers een onzekere prognose hebben of twee ontwerpen sterk verschillen. Laat per tand vastleggen waarom behoud, behandeling of extractie wordt geadviseerd en wat elke keuze betekent voor P001-P004, techniek, uitbreidbaarheid en toekomstig onderhoud.

Neem röntgenbeelden, parodontale gegevens, elementkaart, ontwerptekening, begroting, techniekspecificatie en polisreactie mee. Vraag de tweede behandelaar welke gegevens bruikbaar zijn en welk onderzoek opnieuw nodig is. Een second opinion garandeert geen langere levensduur, maar maakt aannames zichtbaar voordat een extractie of omslijping niet meer kan worden teruggedraaid.

Vergelijk niet alleen plaat versus frame. Controleer ook steun op slijmvlies en tanden, reinigbaarheid, zichtbaarheid van ankers, ruimte in de beet, mogelijkheid om later tanden toe te voegen en gevolgen wanneer een pijler verloren gaat. Een goedkoper ontwerp kan passend zijn, maar ook een andere tijdelijke functie of kortere resterende gebruikswaarde hebben.

Bij overdracht tussen praktijken moet duidelijk zijn wie reeds verrichte consultatie, afdrukken, ontwerp en laboratoriumwerk declareert; de nieuwe aanbieder kan niet zonder meer het oude traject als eigen volledig geleverde hoofdprestatie presenteren. Vraag vóór wisselen welke modellen of digitale bestanden overdraagbaar zijn, wat al definitief is vervaardigd, welk bedrag resteert en hoe vier maanden nazorg na uiteindelijke plaatsing wordt georganiseerd. Laat iedere gewijzigde route opnieuw per kaak begroten en schriftelijk accepteren.

De protheselevenscyclusrekening: veranderend restgebit en aanpasbaarheid

Een partiële prothese wordt ontworpen voor een restgebit dat later kan veranderen. Maak daarom naast het plaatsingspaspoort een protheselevenscyclusrekening. Die voorspelt geen vaste gebruiksduur en maakt vervanging niet automatisch. Zij laat zien wanneer drukplekzorg, opvullen, repareren, uitbreiden of opnieuw vervaardigen aansluit op de actuele kaak, resterende elementen en constructie.

1. Opleverbaseline met uitbreidbaarheidskaart

Bewaar kaak, vervangen elementen, resterende tanden/kiezen, basis, zadels, steunen, ankers, connectoren, koppelingen, materiaal, techniekorder, beet, retentie, steun, pasvorm en plaatsingsdatum. Noteer daarnaast welke onderdelen technisch mogelijk uitbreidbaar zijn en welke toekomstige verandering waarschijnlijk een nieuw ontwerp vraagt, zonder die verandering te voorspellen.

Een P001-P004-code beschrijft het geleverde traject en elementaantal, maar niet vanzelf alle ontwerpdetails. Koppel daarom honorarium en nettotechniek aan dezelfde constructie-identiteit.

2. Restgebitdelta bij iedere verandering

Vergelijk bij verlies, extractie, restauratie of mobiliteit van een element de actuele restgebitkaart met de opleverbaseline. Noteer functie, prognose, steun, retentie, occlusie en gevolgen voor het frame of de plaat. Eén verloren element betekent niet automatisch dat alleen P072-uitbreiding of juist een volledig nieuwe prothese altijd mogelijk is.

Bespreek behoud, extractie, uitbreiding, tijdelijk gebruik, ander prothesetype of nieuwe vervaardiging als afzonderlijke scenario's. Onomkeerbare extractie wordt niet alleen gekozen omdat een bestaande voorziening makkelijk uitbreidbaar lijkt.

3. Incidentclassificatie vóór herstel

Scheid drukplek, verlies van retentie, kantelen, breuk van basis of tand, beschadigd anker, connectorprobleem, slechte beet, veranderde kaakwal, slijtage, esthetisch probleem en nieuwe elementruimte. De klacht ‘prothese zit niet goed’ bewijst niet welke P-code past.

Leg datum, betrokken kaak/onderdeel, bevinding, oorzaak voor zover vaststelbaar en gekozen handeling vast. Vroege problemen worden eerst tegen de vier maanden inbegrepen nazorg en de formele uitzonderingen afgezet.

4. Aanpassen, opvullen, repareren, uitbreiden of vervangen

Gebruik een herstelmatrix. P061 beschrijft passend eenvoudig aanpassen; P064 en P065 onderscheiden indirect en direct opvullen; P070 is reparatie; P071/P072 volgen de officiële uitbreidingsroute. Toon bij ieder scenario welke techniek, afdruk, zitting, elementtoevoeging en materiaalkosten werkelijk nodig zijn.

Voorkom stapeling voor dezelfde handeling. Een reparatie en uitbreiding kunnen alleen naast elkaar bestaan wanneer verschillende uitgevoerde prestaties en techniek aantoonbaar zijn. Een commerciële term als ‘volledige revisie’ vervangt de formele eenheden niet.

5. Pasvorm, kaakverandering en opvulbesluit

Leg bij verminderde pasvorm vast of de oorzaak vooral kaak-/slijmvliesverandering, gebroken constructie, beet, anker, nieuwe extractie of combinatie is. Direct en indirect opvullen verschillen in uitvoering; prijs alleen bepaalt de keuze niet. Noteer afdruk-/labfase, behandelde kaak, tijdelijke situatie en eindcontrole.

Een periodiek kalenderinterval bewijst niet dat opvullen nodig is. Het besluit volgt uit actuele pasvorm, functie, weefsel, ontwerp en prognose.

6. Onderhoud en eigenaarschap zonder abonnement

Volg resterende elementen, pijlers, ankers, frame, basis, slijmvlies, reinigbaarheid en gebruik. Maak duidelijk welke dagelijkse reiniging, controles en professionele zorg de patiënt zelf organiseert en wie bij breuk of drukplek wordt benaderd. Onderhoud is nodig, maar niet iedere controle vormt automatisch een afzonderlijke protheseprestatie.

7. Overdracht en meerjarenkosten

Draag ontwerpdiagram, elementhistorie, techniekorder, plaatsing, viermaandenregister, reparaties, opvullingen, uitbreidingen en openstaande prognosevragen over. De nieuwe aanbieder beoordeelt actueel; dossieroverdracht is geen nieuwe vervaardiging.

Reconcileer zeven levenscyclusbewijzen: oplevering/uitbreidbaarheid, restgebitdelta, incidenttype, herstelmatrix, pasvorm/opvullen, onderhoud en overdracht/kosten. Vermijd een fictieve prijs per jaar. Toon per scenario wat behouden, technisch aangepast, nieuw vervaardigd en door verzekering of patiënt betaald wordt.

Gereserveerde techniek is nog geen gebruikte techniek

Een begroting kan materiaal, ankers, tanden of laboratoriumwerk als verwacht opnemen. De eindnota volgt wat werkelijk voor de geleverde of aantoonbaar vervaardigde fase is gebruikt. Vervalt een onderdeel door een gewijzigd ontwerp, gestopt traject of andere klinische keuze, laat dan zien welke techniek al gemaakt, herbruikbaar, geannuleerd of niet besteld is en hoe een aanbetaling wordt verrekend.

NZa-tarieven 2026

CodeOmschrijvingTarief 2026/toelichting
P001Gedeeltelijk kunstgebit kunsthars, 1-4 elementen€ 112,53
P002Gedeeltelijk kunstgebit kunsthars, 5-13 elementen€ 225,05
P003Frameprothese, 1-4 elementen€ 307,57
P004Frameprothese, 5-13 elementen€ 420,10
P041Individuele afdruk gedeeltelijke kunstharsprothese€ 37,51
P043Frontopstelling of beetbepaling aparte zitting€ 45,01
P045Immediaattoeslag€ 18,75
P046Natuurlijke wortel onder overkappingsprothese€ 60,01
P047Gegoten anker kunstharsprothese€ 22,51
P048Precisiekoppeling of staafhuls€ 112,53
P049Telescoopkroon met precisiekoppeling€ 75,02
P061Tissue conditioning gedeeltelijke prothese€ 52,51
P064Indirect opvullen gedeeltelijke prothese€ 92,27
P065Direct opvullen gedeeltelijke prothese€ 96,02
P070Reparatie gedeeltelijke prothese zonder afdruk€ 22,51
P071Reparatie of uitbreiding met afdruk€ 60,01
P072Uitbreiding gedeeltelijke tot volledige prothese€ 60,01
U25Tandheelkundige hulp binnen de Wlz-instelling€ 18,15
U35Tandheelkundige hulp aan Wlz-cliënt in eigen praktijk zorgaanbieder€ 20,94

Bron: NZa-tarievenlijst mondzorg 2026. Techniek- en materiaalkosten kunnen apart in rekening worden gebracht.

Veelgestelde vragen

Is een flexibele prothese beter dan een metalen frameprothese?

Niet in het algemeen. Een flexibele of niet-metalen voorziening kan esthetische voordelen hebben, maar steun, stabiliteit, belasting, reiniging, reparatie, uitbreiding en opvullen zijn ontwerp- en materiaalafhankelijk. Vergelijk dezelfde klinische doelen en meerjarenscenario’s.

Heeft een flexibele of Valplast-prothese een eigen tandartscode?

Een merk- of materiaalnaam creëert niet automatisch een aparte NZa-hoofdcode. De aanbieder moet uitleggen welke P-prestatie de werkelijk vervaardigde constructie beschrijft en welke materiaal- en techniekkosten één-op-één daarnaast volgen.

Wat kost een gedeeltelijke plaatprothese in 2026?

P001 kost maximaal €112,53 voor 1-4 elementen en P002 €225,05 voor 5-13 elementen, per kaak. Materiaal, techniek en passende toeslagen kunnen apart volgen.

Wat kost een frameprothese in 2026?

P003 kost maximaal €307,57 voor 1-4 elementen en P004 €420,10 voor 5-13 elementen, per kaak. Ontwerp en steunen inslijpen zijn inbegrepen; techniek kan apart volgen.

Wordt de hoofdcode per kunsttand berekend?

Nee. P001-P004 zijn per kaak en de categorie volgt uit het aantal vervangen elementen. Eén hoofdcode dekt de passende 1-4- of 5-13-categorie in die kaak.

Wanneer mag P041 worden gerekend?

P041 kost €37,51 per kaak voor een werkelijk uitgevoerde individuele afdruk en mag alleen als toeslag bij P001 of P002, niet bij een frame P003/P004.

Hoe wordt P045 bij een immediaatprothese geteld?

P045 is €18,75 per element dat onmiddellijk wordt vervangen, met maximaal acht elementen per kaak. Extracties en later opvullen zijn niet inbegrepen.

Wat kost een precisiekoppeling?

P048 kost maximaal €112,53 per koppeling of staafhuls. Matrix en patrix gelden samen als één deel. Techniek en eventuele behandeling van pijlers kunnen apart volgen.

Wat is het verschil tussen P064 en P065?

P064 is indirect opvullen via een afdruk en kost €92,27 per kaak plus techniek. P065 is direct in de mond opvullen en kost €96,02 per kaak plus techniek.

Wat kost reparatie van een gedeeltelijke prothese?

P070 zonder afdruk kost €22,51 per kaak plus techniek. P071 met afdruk kost €60,01 per kaak plus techniek en kan ook voor uitbreiding worden gebruikt.

Is nazorg na plaatsing inbegrepen?

Ja, vier maanden voor pasvormcontrole, aanpassen, drukplaatsen en zo nodig conditioning of opvullen. Immediaatprothesen en reparatie na onzorgvuldig gebruik hebben specifieke uitzonderingen.

Wordt een gedeeltelijke frameprothese vergoed?

Voor volwassenen meestal niet vanuit de gewone basispakketroute voor volledige prothesen. Een aanvullende polis kan honorarium en techniek deels vergoeden onder een jaarmaximum.

Is een klikgebit hetzelfde als een frameprothese?

Nee. Een frame is een gedeeltelijke uitneembare voorziening op resterende tanden en slijmvlies. Een klikgebit is doorgaans een volledige implantaatgedragen overkappingsprothese met een eigen J- en P-traject.

Wanneer geldt P072?

P072 geldt per kaak wanneer een bestaande gedeeltelijke plaat- of frameprothese met elementen wordt uitgebreid tot een volledig kunstgebit. De prestatie bevat bij uitbreiding vier maanden nazorg.

Heb ik voor een frameprothese bij een tandprotheticus een verwijzing nodig?

Ja, wanneer in uw mond nog tanden, kiezen of andere elementen aanwezig zijn die de prothese steunen, werkt de tandprotheticus op een schriftelijke, gedateerde en ondertekende verwijzing van de betrokken tandarts met relevante diagnostische gegevens.

Heeft een tandprotheticus een BIG-nummer?

Nee. Tandprotheticus is volgens de KNMT een wettelijk erkend en beschermd beroep onder de Wet BIG, maar kent geen individuele BIG-registratie. Controleer daarom naam, beschermde titel, praktijkgegevens, rol en klachtenregeling in plaats van alleen naar een BIG-nummer te zoeken.

Moet ik betalen voor een drukplek kort na plaatsing van een plaat- of frameprothese?

P001-P004 bevatten vier maanden prothetische nazorg voor pasvormcontrole, aanpassen, drukplaatsen en zo nodig conditioning of opvullen. Een vroege drukplek levert daarom niet automatisch een losse P061, P064 of P065 op. Immediaatwerk en zelfstandig nieuwe zorg hebben specifieke uitzonderingen.

Hoe lang duurt wennen aan een frameprothese?

Er bestaat geen vaste termijn voor iedereen. Laat pijn, een wond, kantelen of niet kunnen dragen beoordelen en gebruik ‘wennen’ niet als onbeperkte afwachtreden. KNMT adviseert bij drukplekken de prothese volgens de ontvangen instructie te dragen en een afspraak voor beoordeling en aanpassing te maken.

Zoek een passende praktijk in uw buurt

Vergelijk praktijkgegevens en vraag rechtstreeks of de praktijk de gewenste behandeling aanbiedt, nieuwe patiënten aanneemt en vooraf een begroting kan geven.

Bekijk praktijken